Rotterdamse strafzaak over computercriminaliteit mag vervolgd worden
Vorig jaar had de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Rotterdam beslist dat de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. dat vervolgingsrecht juist niet had. Daarmee kwam de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de strafzaak.
Volgens het Haagse hof vereist de wet niet dat de officier van justitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. alleen een strafvervolging tegen een internet service provider mag instellen als en nadat aan die provider het bevel is gegeven de dienstverlening te staken. Het dossier biedt voldoende aanknopingspunten voor de vaststelling dat de internet service provider in deze strafzaak niet alleen kennis had van strafbaar handelen door klanten, maar dat bleef toestaan en zelfs adviezen gaf over dat strafbaar handelen. Onder die omstandigheden dient een dergelijk bevel geen redelijk doel. Daarnaast is het hof van oordeel dat het bij de beoordeling van de ontvankelijkheid niet alleen aankomt op de tekst van de tenlasteleggingDeel van de dagvaarding in strafzaken waarin staat waar het Openbaar Ministerie de verdachte van beschuldigt., maar ook op het onderzoek op de terechtzitting.
Het hof heeft de zaak teruggewezen naar de rechtbank Rotterdam. Dat betekent dat de zaak alsnog inhoudelijk door de rechtbank zal worden beoordeeld.