Uitspraak in zaak gewelddadige roofoverval op weduwe
Met als enkel doel geldelijk gewin is de mannelijke verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. naar de woning van het slachtoffer gegaan. Zij is op de vloer van haar slaapkamer aangetroffen met beide handen vastgebonden met tie-wraps aan verwarmingsbuizen. In haar mond was een kledingstuk gepropt, over haar mond en neus was tape aangebracht. Zij bleek bij leven meerdere botbreuken te hebben opgelopen, waaronder haar ribben, het borstbeen en neus. Ook bleek zij diverse kneuzingen verspreid over haar lichaam te hebben die bij leven ontstaan waren. Bedolven onder een stapel kleding, een kussen en een stoel is zij (voor) dood achtergelaten. De buit bestond uit pinpassen met de daarbij behorende pincodes en sieraden. Met de pinpassen is geld gepind van rekeningen van het slachtoffer. De sieraden zijn verkocht. Het hof acht dit gruwelijke en schokkende feiten. Deze feiten vallen verdachte volledig toe te rekenen. Op zichzelf acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaar passend gelet op de straffen die in zaken van een vergelijkbare ernst worden opgelegd. Omdat het onderzoek in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. mede als gevolg van aanvullend onderzoek langer heeft geduurd dan wenselijk zal het hof een gevangenisstraf van 17 jaar en zes maanden opleggen.
Net als de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. spreekt het hof de vrouwelijke medeverdachte vrij van de roofoverval. Zij wordt veroordeeld voor het witwassen van een door de mannelijke verdachte van de bankrekening van het slachtoffer gepind bedrag en voor het witwassen van de sieraden. Het hof kan niet vaststellen dat zij indertijd van de gruwelijke aard van het onderliggend misdrijf op de hoogte was. Om die reden werkt dit niet door bij het bepalen van de hoogte van de straf. Gelet op de straffen die aan verdachten die nog niet eerder zijn veroordeeld voor dit soort feiten worden opgelegd, legt het hof aan de vrouwelijke verdachte een taakstraf op van 220 uur met aftrek van de tijd die zij in voorlopige hechtenisVerzamelnaam voor de begrippen bewaring, gevangenhouding en gevangenneming. heeft doorgebracht.