Uitzendkracht moet tijdens ziekte of arbeidsongeval doorbetaald worden
In de zaak die aan het hof was voorgelegd, was de uitzendkracht tijdens zijn werkzaamheden met zijn hand in een machine gekomen. Het uitzendbureau weigerde hem loondoorbetaling en beriep zich op het uitzendbeding in artikel 13 van de NBBU-CAO. Hierin staat onder meer dat de arbeidsovereenkomst van de uitzendkracht met het uitzendbureau automatisch eindigt op het moment dat de uitzendkracht ziek wordt of een arbeidsongeval krijgt en daardoor niet meer kan werken.
Het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. stelt vast dat in de wet staat dat een arbeidsovereenkomst niet kan worden opgezegd tijdens ziekte. Tot 1 juli 2015 bood de wet nog de mogelijkheid om hiervan bij CAO af te wijken. In het uitzendbeding in artikel 13 van de NBBU-CAO is hiervan gebruik gemaakt. Dit uitzendbeding geldt voor uitzendkrachten die minder dan 78 weken voor het uitzendbureau hebben gewerkt. Als gevolg van een wetswijziging per 1 juli 2015 is deze mogelijkheid om bij CAO af te wijken van het opzegverbod tijdens ziekte echter vervallen. Vanaf 1 juli 2015 is het uitzendbeding bij ziekte of arbeidsongeschiktheid dan ook in strijd met de wet.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. was in eerste aanleg nog wel uitgegaan van de rechtsgeldigheid van het uitzendbeding bij ziekte.