Den Haag|

Veroordelingen '6 van Breda' blijven in stand

Het gerechtshof Den Haag heeft op 14 oktober 2015 in de herzieningsprocedure de veroordelingen van alle verdachten in de zaak de ‘6 van Breda’ in stand gelaten. De verdachten zijn respectievelijk in 1994 en 1995 veroordeeld voor betrokkenheid bij de doodslag op een vrouw, nadat zij onder dwang was meegenomen met de bedoeling om geld te stelen.

De Hoge RaadHoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast. heeft de vordering tot herzieningBuitengewoon rechtsmiddel tegen onherroepelijke veroordelingen in strafzaken. Kan bij de Hoge Raad worden aangevraagd wanneer zich een nieuw gegeven (zgn. novum) zich heeft geopenbaard, dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was. in alle zaken gegrond verklaard en de zaken verwezen naar het Haagse hof. Het novum, dat de directe aanleiding was voor de herziening, is onderzocht en heeft geen nieuw licht op de zaken geworpen. Na grondig onderzoek zijn de bekentenissen en belastende verklaringen van de drie vrouwelijke verdachten, die de eerdere rechters hebben gebruikt om tot een bewezenverklaring te komen, niet vals en wel bruikbaar gebleken.