Veroordelingen voor corruptie en omkoping bij rijexamens
Een rijexaminator van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) liet zich door rijschoolhouders op grote schaal fors betalen voor het laten slagen van rij-kandidaten. Dit speelde zich af over een periode van ruim 3 1/2 jaar in de jaren 2011-2014, veelal in Noord-Holland. Het Haagse hof heeft de rijexaminator voor oplichting, valsheid in geschrift en corruptie een gevangenisstraf opgelegd van 13 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijdDe rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van 2 jaar. Daarnaast mag hij 5 jaar lang zijn beroep niet uitoefenen. Ook moet hij een deel van de onderzoekskosten van het CBR betalen. Het hof heeft de strafbare feiten, die de examinator beging, benoemd als schokkend en ernstig, maar hield bij het bepalen van de straf ook rekening met zijn persoonlijke omstandigheden en de lange duur van het proces. Het OM had tegen deze man 9 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk geëist.
De 3 voormalige rijschoolhouders, die de examinator betaalden om hun leerlingen te laten slagen, kregen van het Haagse hof voor omkoping van een ambtenaar een werkstrafOnbetaalde arbeid die de strafrechter oplegt in plaats van een gevangenisstraf. Het werk wordt meestal verricht in ziekenhuizen, bejaardencentra, kinderboerderijen, sportclubs, gemeenten en dergelijke. opgelegd van 180 tot 210 uur en daarnaast elk een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast werden zij voor 3 jaar uit het beroep van rijschoolhouder ontzet. Het hof oordeelde dat de verkeersveiligheid op het spel is gezet, het vertrouwen in het openbaar bestuur is beschaamd en de goede naam van collega’s in de branche is geschaad. De eis van het OM was in hun geval 240 uur werken en 5 jaar beroepsontzetting, maar het hof heeft in hun zaken het medeplegen van oplichting niet bewezen geacht. Ook heeft het hof in hun zaken de lange procesduur laten meewegen.
De 4 verdachten waren nauwelijks of niet eerder met justitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. in aanraking geweest. In alle 4 de zaken heeft het OM gevorderd dat de veroordeelden het geld, dat zij onterecht hebben verdiend, moeten terugbetalen. Die zaken lopen voor wat betreft de voormalige rijschoolhouders nog.