Rechtspraak pleit voor meer rechtsbescherming bij uithuisplaatsing kinderen

Den Haag|
Ouders zouden bij uithuisplaatsing van hun kinderen meer kosteloze rechtsbijstand moeten krijgen. Dat staat in een advies van de Raad voor de rechtspraak over het wetsvoorstel Versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming. Volgens dat wetsvoorstel hebben ouders recht op een advocaat als de rechter het verzoek krijgt om een machtiging tot uithuisplaatsing af te geven of (in een later stadium) het ouderlijk gezag te beëindigen. Maar die rechtsbijstand ontbreekt bij twee andere beslissingen: tussentijdse verlenging van de uithuisplaatsing en het ingrijpende perspectiefbesluit, dat vaak tot gevolg heeft dat het kind niet meer teruggaat naar huis.

Rechtspositie verbeteren

Het wetsvoorstel heeft tot doel de rechtspositie van ouders en minderjarigen in de jeugdbescherming te verbeteren. Daartoe worden onder meer maatregelen voorgesteld om uithuisplaatsing te voorkomen, terugkeer van uithuisgeplaatste kinderen te bevorderen en het toezicht te verbeteren op minderjarigen die niet thuis opgroeien. De De Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. adviseerde daar een jaar geleden in grote lijnen positief over.

Belangrijke stappen

Nu blijkt dat in de nieuwe versie van het wetsvoorstel (na verwerking van de verschillende adviezen) de Gefinancierde rechtshulp. bij verlenging van de uithuisplaatsing is geschrapt, dringt de Raad er in een tweede advies op aan deze voorziening toch op te nemen in de wet. Na de machtiging uithuisplaatsing kunnen belangrijke stappen worden gezet die een eventuele terugplaatsing bevorderen, aldus het advies. Als er pas weer een advocaat beschikbaar wordt gesteld op het moment dat gezagsbeëindiging in zicht komt, zijn die kansen sterk verminderd. Intussen is kostbare tijd verstreken, wat vaak in het nadeel van de ouders is; naarmate kinderen langer bij een ander gezin wonen, wordt de kans op een terugkeer naar huis kleiner.

Onontbeerlijk

De rechter kan alleen beslissen dat een kind uit huis wordt geplaatst of dat dat wordt verlengd als de Orgaan van het ministerie van Justitie en Veiligheid, gevestigd in elke arrondissementshoofdplaats. De raad behartigt de belangen van minderjarigen die dat nodig hebben en adviseert de kinderrechter bijvoorbeeld bij verzoeken om ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De raad heeft een adviserende rol of treedt op als procespartij in zaken over gezag, omgang, ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. of een GI (gecertificeerde instelling die de uithuisplaatsing uitvoert) om een machtiging vraagt. De GI kan in de loop van de uithuisplaatsing tot de overtuiging komen dat de inspanningen niet meer gericht moeten zijn op terugkeer naar huis. Dat zogeheten perspectiefbesluit is in veel opzichten vergelijkbaar met de procedure tot gezagsbeëindiging, stelt de Raad voor de rechtspraak. Het is dan ook onontbeerlijk dat in die situatie kosteloze rechtsbijstand wordt aangeboden.

Lees het volledige wetgevingsadvies- U verlaat Rechtspraak.nl