Wetgevingsadviezen
2026/28 Advies concept wetsvoorstel wijziging Wrra (70+ regeling) (29 juli 2026)
Het wetsvoorstel strekt ertoe structureel te regelen dat rechters en raadsheren na het bereiken van de wettelijke ontslagleeftijd van zeventig jaar nog ingezet kunnen worden als rechters- en raadsheren-plaatsvervangers tot de eerste dag van de maand volgende op die waarin zij drieënzeventig jaar zijn geworden. Het betreft in essentie een voortzetting van de huidige regeling in het tijdelijke artikel 54a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. Het verheugt de Raad dat de tijdelijke 70+ regeling structureel wordt gemaakt en dat het streven is om het wetsvoorstel voor 16 november 2026 bij de Tweede Onderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. in te dienen, zodat de huidige tijdelijke regeling niet per die datum vervalt.
2026/27 Advies wetsvoorstel toekomstbestendige financiering mbo (21 juli 2026)
Door verandering van de demografische samenstelling van de bevolking daalt het aantal studenten binnen het mbo sinds een aantal jaren. Die daling heeft op termijn gevolgen voor de kwaliteit, organiseerbaarheid en toegankelijkheid van het mbo. Hierdoor is het nodig om de bekostigingssystematiek van mbo-instellingen te herzien.
De De Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. heeft geen inhoudelijke opmerkingen over het wetsvoorstel.
2026/26 Advies ontwerpvoorstel Uitvoeringswet SoHo-verordening (20 juli 2026)
De SoHo-verordening stelt hoge eisen aan de kwaliteit en de veiligheid van alle lichaamsmaterialen die uit het lichaam worden ingezameld, met uitzondering van organen. Daarnaast worden eisen gesteld aan de doeltreffendheid van de behandelingen met lichaamsmateriaal. Elke entiteit die één of meer activiteiten met lichaamsmateriaal verricht moet zich registreren als SoHo-entiteit. Zij zijn gebonden aan specifieke eisen zoals het beschikken over een kwaliteitssysteem en het aanwijzen van een verantwoordelijk persoon. Toelating als SoHo-instelling is verplicht als een SoHo-entiteit specifieke activiteiten uitvoert die aan strengere eisen en een strenger toezichtregime zijn onderworpen.
Er is in het wetsvoorstel gekozen voor duale handhaving waarbij zowel strafrechtelijke als bestuursrechtelijke handhaving mogelijk is. De keuze voor strafrechtelijke handhaving zal alleen worden gemaakt als bestuursrechtelijke handhaving naar verwachting onvoldoende effect heeft.
De Raad voor de rechtspraak heeft geen inhoudelijke opmerkingen over het wetsvoorstel.
2026/25 Advies wetsvoorstel ‘Wet urgente persoonsvermissingen’ (20 juli 2026)
Het Wetsvoorstel creëert een wettelijke grondslag voor een mondelinge procedure waarmee de rechter, op verzoek van het Valt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten., snel kan beslissen over het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn om een vermiste persoon op te sporen wanneer sprake is van een urgente vermissing. Hiermee wordt de huidige praktijk voorzien van een duidelijke wettelijke basis en worden waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens en rechterlijke toetsing vastgelegd.
Het Wetsvoorstel geeft de Raad geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2026/24 Advies Uitvoeringswet AI-verordening (15 juli 2026)
Het Wetsvoorstel geeft uitvoering aan de AI-verordening en regelt de inrichting van een onafhankelijk en samenhangend toezichtstelsel voor AI in Nederland. Daarbij worden zowel grondrechtentoezichthouders (waaronder het College voor de Rechten van de Mens en de Autoriteit Persoonsgegevens) als markttoezichtautoriteiten aangewezen. Voor AI-systemen met een hoog risico die binnen de Rechters en officieren van justitie. De rechters worden tot de zittende magistratuur gerekend en de officieren van justitie tot de staande magistratuur. De rechter blijft zitten tijdens de zitting, de officier van justitie voert staande het woord. worden gebruikt, wordt de procureur-generaal bij de Hoge Raad (hierna PGHR) aangewezen als markttoezichtautoriteit. Daarnaast bevat het wetsvoorstel uitvoeringsregels over onder meer conformiteitsbeoordelingen en testomgevingen voor AI-systemen.
De opmerkingen die de Raad in dit advies naar voren brengt, zien met name op de explicitering en nadere verduidelijking van verschillende bepalingen in het Wetsvoorstel en de toelichting daarop.
Toezicht en rechterlijke onafhankelijkheid: verduidelijkt moet worden welke toezichttaken binnen de rechtsbedeling onder de PGHR vallen en hoe deze zich verhouden tot de bevoegdheden van de AP. Het toezicht moet niet alleen zien op bepaalde hoog-risico-AI-systemen, maar ook op andere AI-toepassingen die de rechterlijke taak kunnen beïnvloeden. Ook moet worden toegelicht hoe de onafhankelijkheid wordt gewaarborgd bij deelname aan een AI-testomgeving en bij toekomstige Europese ontwikkelingen rond algemene AI-systemen.
Begrip gerechtelijke hoedanigheid: de betekenis en reikwijdte van dit criterium moeten nader worden uitgewerkt. Duidelijk moet worden wanneer AI-gebruik binnen de gerechtelijke hoedanigheid valt en wanneer het toezicht- en klachtregime van toepassing is. Ook moet worden toegelicht hoe dit begrip zich verhoudt tot artikel 74 AI-verordening.
AI-klachtprocedure en rechtsbescherming: de verhouding tussen de nieuwe klachtprocedure bij de PGHR en bestaande rechtsmiddelen (zoals Het opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. en cassatie) moet duidelijker worden gemaakt. De toelichting moet inzichtelijk maken welke bezwaren via het AI-toezicht en welke via het reguliere procesrecht kunnen worden behandeld.
Overzicht rechtsbescherming: de Raad adviseert een aparte paragraaf in de MvT op te nemen waarin het stelsel van rechtsbescherming helder wordt uiteengezet.
2026/23 Advies Vereenvoudigingswet Justitie en Veiligheid 2027 (8 juli 2026)
Dit wetsvoorstel betreft de eerste tranche van de in het Coalitieakkoord aangekondigde jaarlijks op te stellen vereenvoudigingswetgeving. Doel van deze jaarlijkse vereenvoudigingswetten is om regels te vereenvoudigen door onder meer onnodige regels te verminderen en burgers en bedrijfsleven meer centraal te stellen bij de uitvoering van regelingen en meer snelheid daarin te realiseren.
Het wetsvoorstel behelst een wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering waarmee het uitgangspunt wordt geschrapt dat bij het leggen van Inbeslagneming van voorwerpen waarmee strafbare feiten zijn gepleegd, bijvoorbeeld omdat ze nodig zijn voor het bewijs of omdat ze gevaarlijk zijn (drugs, wapens), of om de criminele winsten af te romen (geld, auto’s, huizen, jachten). Dit beslag geschiedt in opdracht van de officier van justitie. een Een afschrift van een uitspraak is het document met de rechterlijke uitspraak dat u ontvangt van de rechtbank. van stukken moet worden verstrekt aan een bij het beslag betrokken derde, zoals de werkgever in geval van loonbeslag en een wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met mogelijkheden tot het verzoeken om voorlopige voorzieningen gedurende de echtscheidingsprocedure. Andere onderdelen van het wetsvoorstel betreffen technische verbeteringen, waaronder terminologische aanpassingen en verbeteringen in de verwijzing naar andere wetsbepalingen.
De Raad heeft waardering voor het voornemen om jaarlijks een vereenvoudigingswet op te stellen met als doel regels te vereenvoudigen en fouten en onduidelijkheden in wetgeving te verbeteren. Een dergelijk instrument kan een impuls geven aan de kwaliteit van wetgeving en (administratieve) lasten voor burgers en bedrijven verminderen. Duidelijkere wetgeving kan ook bijdragen aan een betere toegang tot het recht. N.a.v. de voorgestelde aanpassingen van het beslagrecht en van de echtscheidingsprocedure heeft de Raad een aantal juridisch-technische opmerkingen.
Op eigen initiatief doet de Raad voorts twee suggesties voor aanvullende aanpassingen van wetgeving: 1. 1. Voorschrift hoe het Openbaar Ministerie zijn taak moet vervullen. Er is bijvoorbeeld een aanwijzing over de rol van een officier van justitie bij risicowedstrijden in het betaald voetbal. 2. Officieel bevel van de minister van Justitie aan het Openbaar Ministerie om een zaak op een bepaalde manier af te handelen. van alle hoog beveiligde zittingslocaties als zittingsplaatsen voor alle rechtbanken en gerechtshoven in artikelen 1 en 2 van het Besluit zittingsplaatsen gerechten en 2. vervanging in wetgeving van de term ‘raadsheer’ en afgeleide termen door een genderneutrale aanduiding.
2026/22 Advies Variawet studiefinanciering (17 juni 2026)
In het wetsvoorstel worden negentien veelal (kleine) technische wijzigingen voorgesteld, met als doel om het studiefinancieringsstelsel en de uitvoering daarvan te verbeteren. Het stelsel wordt vereenvoudigd door onder andere het harmoniseren van begrippen of regels, het verduidelijken van rechten en plichten van scholieren, studenten en debiteuren en het realiseren van wettelijke grondslagen zodat DUO haar taken goed kan blijven uitvoeren. Daarnaast bevat het Wetsvoorstel wijzigingen die bijdragen aan een houdbaar stelsel voor de toekomst.
Het wetsvoorstel geeft de Raad voor de rechtspraak geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2026/21 Advies wetsvoorstel fiscale stimulering startups en scale ups (27 mei 2026)
Met het wetsvoorstel worden wijzigingen voorgesteld in de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de loonbelasting 1964 en enige andere wetten. De eerste voorgestelde wijziging houdt in dat de definitie van ‘startende onderneming’ wordt aangepast ten behoeve van de uitzondering in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Daarnaast worden in de loonsfeer twee maatregelen voorgesteld voor het fiscaal stimuleren van medewerkersparticipatie bij startups en scale-ups. De eerste Een maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer. is een lagere loonheffing op het inkomen uit aandelenopties voor werknemers van startups en scale-ups door een grondslagversmalling: de grondslag van het inkomen uit aandelenoptierechten wordt versmald tot 65%. Daarnaast is er in beginsel uitstel van heffing van loon- en inkomstenbelasting tot het moment dat de door uitoefening van de aandelenopties verkregen aandelen van startups en scale-ups daadwerkelijk worden verkocht.
In het wetsvoorstel is verder opgenomen dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) namens de minister van Economische Zaken (hierna: EZK) op verzoek van de onderneming in een 1. In het bestuursrecht: Een beslissing van een overheidsorgaan in een concreet geval, bijvoorbeeld het verlenen van een bouwvergunning. 2. In het civiele recht: een rechterlijke uitspraak in een procedure die begint met een verzoekschrift. Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding, heet een vonnis. bepaalt of sprake is van een startup of scale-up. Indien een onderneming niet meer kwalificeert als startup of scale-up, geldt voor de onderneming de plicht om dit vier weken na die gebeurtenis te melden bij de RVO. Indien hieraan niet wordt voldaan kan de minister van EZK een bestuurlijke boete opleggen. Tegen een besluit van de minister van EZK kan beroep in eerste en enige aanleg worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: CBb). Indien de Minister van EZK op grond van het voorgestelde artikel 10bc, derde lid, Wet loonbelasting 1964 (ook) een bestuurlijke boete aan een inhoudingsplichtige heeft opgelegd is in beroep de rechtbank Rotterdam bevoegd en in hoger beroep het CBb.
De Raad merkt op dat diverse vermogensbestanddelen fiscaal anders worden behandeld. Zo geldt voor vastgoed, startups en scale-ups een vermogenswinstbelasting in plaats van een vermogensaanwasbelasting. Dit betekent dat eigenaars van deze vermogensbestanddelen kunnen profiteren van het uitstellen van belastingheffing. De Raad vraagt zich of het verschil in fiscale behandeling te rechtvaardigen is en verwacht dat hier geschillen over zullen ontstaan. Ook verwacht de Raad een substantiële verzwaring van de werklast in verband met een toename van beroepszaken bij het CBb.
2026/20 Advies Wijzigingswet Omgevingswet stelselaspecten (20 mei 2026)
De Omgevingswet (Ow) is bijna twee jaar in gebruik. De ervaringen die tot nu toe met deze wet zijn opgedaan, hebben geleid tot enkele wensen tot wijziging van de Ow die het stelsel van de wet raken en daarbinnen een beleidsmatige keuze vergen. Doel van het wetsvoorstel is, aldus de Memorie van Toelichting, het opheffen van de onvolkomenheden en het verbeteren van het stelsel van de Ow in lijn met de oorspronkelijke verbeterdoelen en uitgangspunten. Zo ontstaat er meer zekerheid en duidelijkheid voor initiatiefnemers, maar blijft bij ontwikkelingen een gezonde en veilige fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit centraal staan.
Grote wijzigingen in het stelsel van de Ow worden nu niet doorgevoerd, daarvoor zal eerst de evaluatie worden afgewacht.
2026/19 Advies wijziging amvb’s n.a.v. technische wijzigingen van de Wet RO i.v.m. de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (18 mei 2026)
Het wijzigingsbesluit ziet op wijzigingen in een drietal algemene maatregelen van bestuur (amvb’s), die pas doorgevoerd kunnen worden nadat er nog enkele wijzigingen zijn doorgevoerd in de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO). Het betreft wijzigingen van technische aard die vereist zijn naar aanleiding van de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (hierna: Wnra) per 1 januari 2020. Hiermee wordt de situatie en de feitelijke zeggenschap zoals deze bestond voor de invoering van de Wnra hersteld, conform het uitgangspunt van de aanpassings- en invoeringswetgeving Wnra. De Raad ondersteunt deze wijzigingen in de betreffende amvb’s.
2026/18 Advies nota van wijziging wetsvoorstel Wijziging van Boek 7 BW i.v.m. het beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (13 mei 2026)
Met de Nota van Wijziging wordt het wetsvoorstel wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers gewijzigd. In de Nota van Wijziging wordt geregeld dat de compensatieregeling voor de transitievergoeding bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst na langdurige arbeidsongeschiktheid (hierna: Compensatieregeling LAO) wordt afgeschaft. Ook wordt geregeld dat de compensatieregeling transitievergoeding bij beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming (hierna: Compensatieregeling BE) zal komen te vervallen.
De Raad heeft in zijn eerder uitgebrachte advies geconstateerd dat de definitie van ‘kleine werkgever’ tot mogelijke interpretatiegeschillen kon leiden. Deze complicatie komt door de algehele afschaffing van de compensatieregeling niet langer voor. In zoverre kan de Nota van Wijziging worden beschouwd als een verbetering ten opzichte van het oorspronkelijke Wetsvoorstel. De voorgestelde afschaffing van de Compensatieregeling LAO in de Nota van Wijziging brengt echter hernieuwde onduidelijkheden mee. Door de algehele afschaffing van de Compensatieregeling LAO ontstaat een grotere groep werknemers voor wie (opnieuw) onduidelijk en onzeker is of zij na twee jaar arbeidsongeschiktheid aanspraak kan maken op betaling van een vergoeding ter hoogte van de transitievergoeding als de werkgever weigert mee te werken aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst, omdat compensatie niet langer plaatsvindt (de zgn. slapende dienstverbanden-problematiek). De Raad verwacht dat de ontstane onduidelijkheid als gevolg van de afschaffing van de Compensatieregeling LAO, tot extra zaken voor de Rechtspraak zal leiden.
De Hoogste adviescollege van de staat dat adviseert over alle wetsontwerpen en algemene maatregelen van bestuur; de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist in hoogste instantie in geschillen over besluiten van overheidsorganen. heeft in zijn advies van 17 september 2025 over het oorspronkelijke Wetsvoorstel geschreven dat het nadere overweging verdient om de compensatieregeling overbodig te maken door de verplichte transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid te schrappen. Uit de Nota van Wijziging en de toelichting blijkt echter niet dat een dergelijke heroverweging heeft plaatsgevonden. De Raad geeft in overweging, mede gelet op de achterliggende maatschappelijke problematiek en de te verwachten extra zaken voor de Rechtspraak, in de Nota van Wijziging dan wel de toelichting hieraan aandacht te besteden.
Het wegvallen van de compensatie voor kleine werkgevers bij bedrijfsbeëindiging betekent een forse financiële druk op het MKB, nu zij de kosten van de transitievergoeding zelf moeten dragen. Met de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans is juist overwogen dat de verplichting tot het betalen van een transitievergoeding in die gevallen tot ongewenste gevolgen zou leiden, zoals het aanspreken van zijn pensioenvoorziening door de werkgever. De Raad constateert dat in de Nota van Wijziging en de toelichting geen aandacht wordt besteed aan dit knelpunt. De Raad adviseert om de Nota van Wijziging op dit punt aan te vullen.
2026/17 Advies novelle verval onverenigbaarheid rechterschap met lidmaatschap gemeenteraad en provinciale staten (8 mei 2026)
De novelle ziet op het door de Tweede Kamer aangenomen amendement van het lid Helder over incompatibiliteit van het rechterschap en het lidmaatschap van provinciale staten en de gemeenteraad (36 243-8). Omdat de regering het oorspronkelijke wetsvoorstel meer verenigbaar acht met het in artikel 4 van de In de Grondwet staan de grondrechten en plichten van alle Nederlanders. De Grondwet regelt ook de bevoegdheden van het parlement, de ministers en Koning. Ook staat in de Grondwet hoe wetten worden gemaakt en hoe de rechtspraak werkt. beschermde passief kiesrecht en vanwege het grote belang van dit wetsvoorstel wordt door middel van deze novelle voorgesteld de wettelijke onverenigbaarheid van het rechterschap met het lidmaatschap van de gemeenteraad en het lidmaatschap van provinciale staten te schrappen. Hierdoor wordt de te regelen incompatibiliteit van het rechterschap weer beperkt tot het lidmaatschap van de Tweede en Eerste Kamer en het Europees Parlement, overeenkomstig het oorspronkelijk ingediende wetsvoorstel.
De Raad kan zich verenigen met het verval van de incompatibiliteit van het rechterschap met het lidmaatschap van de gemeenteraad en van provinciale staten.
2026/16 Advies wetsvoorstel Afbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel (13 april 2026)
Het wetsvoorstel voorziet in de afbouw en definitieve beëindiging van het systeem van interlandelijke adoptie, en een aantal andere maatregelen die samenhangen met adoptie. Zo zullen adoptiedossiers duurzaam worden bewaard, en krijgen geadopteerde kinderen beter toegang tot hun adoptiedossier. Het wordt eenvoudiger om identiteitsgegevens te herstellen en de voor – en achternaam te wijzigen. Voor herroeping van adoptie via de rechter zal geen wettelijke termijn meer gelden. Adoptie van meerderjarigen krijgt een regeling in de wet, waar dat nu op basis van de Geheel van uitspraken van rechters. De jurisprudentie vormt een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen. plaats vindt. Binnenlandse adoptie blijft mogelijk. De Raad vindt de keuzes die worden gemaakt in het wetsvoorstel begrijpelijk en passend in het huidige tijdsgewricht. Er is een lange periode van bezinning met alle betrokken partijen aan vooraf gegaan, wat heeft geleid tot een evenwichtig wetsvoorstel. Dit neemt niet weg dat het wetsvoorstel op onderdelen verduidelijkt en aangevuld kan worden.
2026/15 Advies m.b.t. het Wetsvoorstel herziening titel 7.5 (Pacht) van het Burgerlijk Wetboek (8 april 2026)
Het Wetsvoorstel behelst een ingrijpende wijziging van het pachtrecht. Het Wetsvoorstel beoogt verruiming van de mogelijkheden tot verduurzaming van gronden die zijn uitgegeven in de pacht
Op hoofdlijnen voorziet het Wetsvoorstel in vijf belangrijke wijzigingen:
- Omkering van de prijsprikkel: voorheen was geliberaliseerde pacht mede aantrekkelijker omdat daarbij een vrije pachtprijs gold, terwijl de pachtprijs van reguliere pachtcontracten was gereguleerd en beneden de marktprijs lag. Het Wetsvoorstel voorziet in vrije prijsvorming voor langdurige pachtcontracten en een gereguleerde pachtprijs voor kortdurende pachtovereenkomsten (anders dan teeltpacht). Beoogd wordt daarmee het aantal langdurige pachtcontacten weer te doen toenemen.
- Omkering van de De verplichting tot het leveren van bewijs in een proces. dat er sprake is van bedrijfsmatige landbouw voor pachters die de AOW-leeftijd bereiken: een pachtovereenkomst veronderstelt dat een onroerende zaak in gebruik is gegeven voor bedrijfsmatige landbouw. Is dat niet overeengekomen, dan is geen sprake van pacht maar van huur. Is dat wel overeengekomen, maar voldoet de pachter niet aan het vereiste van bedrijfsmatige landbouw dan kan de pacht worden ontbonden of opgezegd. Het Wetsvoorstel voert een bewijsvermoeden in dat bij het bereiken van de AOW-leeftijd geen sprake meer is van bedrijfsmatige landbouw. De pachter zal in dat geval het tegendeel daarvan moeten bewijzen.
- Vervanging van reservaatspacht door natuurpacht: het Wetsvoorstel voorziet in een nieuwe vorm van pacht voor gronden met een natuurfunctie.
- Meer mogelijkheden voor verduurzaming: het Wetsvoorstel introduceert ruimere mogelijkheden om door een verzoek aan de grondkamer in bestaande pachtovereenkomsten wijzigingen aan te brengen als verduurzaming in de landbouw daartoe aanleiding geeft en noch de algemene belangen van de landbouw, noch een redelijk belang van de andere partij zich daartegen verzetten. Het Wetsvoorstel voorziet ook in het in een algemene maatregel van bestuur (‘AMvB’) vaststellen van een lijst van verplichtingen die niet als buitensporig worden aangemerkt waarmee meer zekerheid wordt geboden welke afspraken toegestaan zijn.
- Een verruimde toepasselijkheid van het pachtrecht op erfpachtovereenkomsten. Voor erfpachtovereenkomsten met een duur van 25 jaar of korter of voor onbepaalde tijd zijn nu de bepalingen van pacht van overeenkomstige toepassing. De termijn van 25 jaar wordt veranderd in 35 jaar.
De Raad voor de rechtspraak heeft geen zwaarwegende bezwaren tegen het Wetsvoorstel, maar geeft in overweging om het Wetsvoorstel op de in dit advies genoemde onderdelen te verduidelijken en/of aan te passen.
2026/14a Nader advies Versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming (20 maart 2026)
Dit advies is een tweede advies over het wetsvoorstel versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming. In dit advies vraagt de Raad nogmaals aandacht voor het belang van het beschikbaar stellen van kosteloze Gefinancierde rechtshulp. niet alleen bij de eerste beslissingen uithuisplaatsing, maar ook bij de verlengingsverzoeken die daarop volgen en bij zaken waarin een perspectiefbesluit aan de orde is.
2026/14 Advies wijziging Wet openbare manifestaties (20 maart 2026)
Het Wetsvoorstel voegt aan artikel 11 lid 1 WOM een sub c toe dat ertoe strekt het dragen van gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties als Licht strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel berecht door de sector kanton van de rechtbank, misdrijven door de strafsector van de rechtbank. strafbaar te stellen.
Dit Wetsvoorstel staat op gespannen voet met het recht op demonstratie. In de MvT wordt onvoldoende gemotiveerd waarom zou zijn voldaan aan de eisen van noodzakelijkheid, subsidiariteit en proportionaliteit. Verder voorziet de Raad problemen bij de handhaafbaarheid. Er zijn geen significante werklastgevolgen.
2026/12 Advies wetsvoorstel financiering kinderopvang (11 maart 2026)
Met dit wetsvoorstel wordt de kinderopvangtoeslag afgeschaft en vervangen door een subsidie die direct aan kindercentra en gastouderbureaus wordt betaald. Met deze veranderingen wordt beoogd om het voor ouders eenvoudiger en financieel voordeliger te maken om van kinderopvang gebruik te maken. Ook krijgen ouders veel meer financiële zekerheid. Terugvorderingen bij ouders komen bijvoorbeeld nooit meer voor.
De Raad merkt in zijn advies op dat er in het wetsvoorstel geen aandacht wordt besteed aan het hoger Het opnieuw behandelen van een zaak door een rechter.. Daarmee lijkt de keuze voor de Afdeling Rechtspraak die zich bezighoudt met geschillen over besluiten van een bestuursorgaan. De geschillen kunnen zich zowel tussen particulieren, organisaties en bestuursorganen als tussen bestuursorganen onderling afspelen. Bestuursrecht is de moderne benaming voor wat vroeger administratief recht heette. van de Raad van State (ABRvS) te zijn gemaakt. Het is de Raad niet duidelijk waarom in deze voor de ABRvS zou worden gekozen en niet voor de Centrale Raad van Beroep. De Raad adviseert in het wetsvoorstel duidelijk aan te geven wanneer en bij welke instantie hoger beroep kan worden ingesteld. Daarbij adviseert de Raad om de gemaakte keuze voor de appel instantie te onderbouwen.
Het wetsvoorstel leidt naar verwachting tot een werklastvermindering bij de Rechtspraak.
2026/11 Advies Besluit uitbreiding voorschotregeling (4 maart 2026)
2026/10 Advies wetsvoorstel en besluiten uitbreiding vergoeding affectieschade (3 maart 2026)
Het wetsvoorstel regelt dat broers en zussen worden opgenomen in de vaste kring van aanspraakgerechtigden op de vergoeding van affectieschade. Daarnaast worden opgenomen personen die in een met broers en zussen vergelijkbare relatie staan. Voorwaarde is wel dat zij met de gekwetste of overledene ten tijde van de schadeveroorzakende gebeurtenis in duurzaam gezinsverband samenwonen of voor deze gebeurtenis in duurzaam gezinsverband hebben samengewoond. Verder worden personen (niet zijnde ouders en kinderen) toegevoegd die voor de schadeveroorzakende gebeurtenis duurzaam in een zorgrelatie tot elkaar hebben staan. Dit betreft onder meer stief- en pleegouders en stief- en pleegkinderen, die niet langer met elkaar samenwonen tijdens de schadeveroorzakende gebeurtenis.
In het Besluit zijn in overeenstemming met deze uitbreiding vergoedingsbedragen opgenomen voor de nieuwe categorieën aanspraakgerechtigden. Daarnaast zijn in het Besluit alle bedragen voor de vergoeding van affectieschade herijkt in overeenstemming met de toezegging daartoe bij de invoering van de vergoeding van affectieschade per 1 januari 2019.
De Raad constateert dat er sprake is van een inconsistentie in de toelichting m.b.t. het financiële risico van de Staat en adviseert de toelichting op dit punt aan te passen. Daarnaast adviseert de Raad om de open norm zoals opgenomen in de voorgestelde artikelen 6:107 en 6:108 van het Burgerlijk Wetboek concreter uit te werken.
2026/09 Advies initiatiefwetsvoorstel Meerouderschap (2 maart 2026)
Het initiatief-wetsvoorstel Meerouderschap maakt het mogelijk dat een kind meer dan twee ouders krijgt, met een maximum van vier. Dit zorgt ervoor dat het kind vanaf de geboorte juridisch is verbonden met alle ouders. De rechter kan het ouderschap toekennen op basis van een gezamenlijk verzoek van alle betrokkenen. De Raad voor de rechtspraak ontraadt de indiening van het initiatief- wetsvoorstel. Een wettelijke regeling zou obstakels kunnen wegnemen die zich voordoen als meer dan twee mensen samen een kind grootbrengen, maar meer ouders betekent ook meer risico op onderlinge conflicten. Het wetsvoorstel regelt nauwelijks hoe die beslecht moeten worden en laat ook andere juridische implicaties onbesproken. De Raad voor de rechtspraak voorziet dat veel op het bordje van de rechter terecht zal komen.
2026/08 Advies Verzamelbesluit Digitale Overheid (17 februari 2026)
Deze algemene maatregel van bestuur (hierna: AMvB) wijzigt een tweetal AMvB’s onder de Wet digitale overheid (hierna: Wdo): het Besluit digitale overheid (hierna: Bdo) onder de artikelen 5, vijfde lid en 16, vierde lid Wdo en het Besluit beveiligde verbinding met overheidswebsites en webapplicaties onder artikel 3, derde lid Wdo.
In het Bdo wordt nader bepaald welke persoonsgegevens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwerkt in het kader van de inrichting, beschikbaarstelling, instandhouding, werking en beveiliging van de generieke digitale infrastructuur.
Deze AMvB wijzigt de artikelen van het Bdo over de publieke routeringsvoorziening en de bevoegdheidsverklaringsdienst. Ook wijzigt deze AMvB een bewaartermijn van MijnOverheid, om deze in lijn te brengen met de fiscale bewaartermijn.
Ook wordt met deze AMvB het Besluit beveiligde verbinding met overheidswebsites en webapplicaties gewijzigd. Het Besluit beveiligde verbinding met overheidswebsites en webapplicaties stelt regels over het toepassingsbereik van een aangewezen standaard. De wijziging betreft een doorverwijzing naar nieuwe versies van de configuratie van het Transport Layer Security-protocol en de ICT-beveiligingsrichtlijnen voor Webapplicaties.
Het gaat hier om een ongevraagd advies. De reden om toch advies te willen geven is dat een zinssnede in de Nota van Toelichting op twee manieren te lezen is en één van die manieren technisch niet mogelijk is. Daarom is ervoor gekozen om toch te adviseren. Tevens is er gevraagd een paar punten te verduidelijken en/ of aan te passen.
2026/07 Advies Besluit Innovatie nieuw Wetboek van Strafvordering (12 februari 2026)
2026/06 Advies eerste tranche AMvBs nieuw Wetboek van Strafvordering (28 januari 2026)
Samenvatting volgt nog.
2026/05 Advies m.b.t. het voorontwerp Wet modernisering pandrecht en cessie
Met dit Wetsvoorstel worden wijzigingen doorgevoerd in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) om te zorgen voor een moderne invulling van het registratievereiste van onderhandse akten en een verruiming van de mogelijkheid om vorderingen te verpanden en over te dragen.
De voorgestelde wijzigingen betreffen een nieuw artikel 3:15b BW, waarin een vaste dagtekening wordt geïntroduceerd: het vermelden van de datum en het tijdstip waarop de onderhandse Ondertekend geschrift dat als bewijs kan dienen. is tot stand gekomen, waarbij vervolgens noodzakelijk is dat bij een toekomstig raadplegen vastgesteld kan worden dat de datum en het tijdstip niet zijn gewijzigd. Door deze wijziging wordt ruimte gelaten voor modernere en duurzamere wijzen om de datum en het tijdstip van vestiging van het pandrecht en van de overdracht van een vordering vast te stellen. Daarmee samenhangend wordt het vereiste van een grondslag in een reeds bestaande rechtsverhouding voor het verpanden en overdragen van vorderingen in de artikelen 3:94, derde lid, en 3:239 eerste lid, BW geschrapt. Deze wijzigingen zorgen er voor dat administratieve lasten voor ondernemers verminderen en kunnen bijdragen aan de beschikbaarheid van onderpand en een gelijk(er) speelveld tussen de bancaire en non-bancaire sector. Deze factoren – vermindering van lasten, ruimere beschikbaarheid van onderpand en een gelijker speelveld – dragen bij aan een aantrekkelijker zekerhedenrecht. Een sterk zekerhedenrecht draagt op haar beurt bij aan de vraag hoe aantrekkelijk het is om te investeren in een onderneming – de spiegelbeeldige vraag van de vraag hoe toegankelijk krediet is. Daarmee beoogt het Wetsvoorstel uiteindelijk bij te dragen aan de toegang tot krediet, met name stimulering van financiering aan het midden en kleinbedrijf (MKB).
Het Wetsvoorstel geeft de Raad voor de rechtspraak geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2026/04 Advies m.b.t. het Ontwerpbesluit uitzonderingen verplichte acceptatie contant geld (21 januari 2026)
Met het Amendement Dijk/Flach (hierna: het Amendement) bij het Wetsvoorstel “plan van aanpakwitwassen” is een acceptatieplicht voor contant geld in artikel 6:113 Burgerlijk Wetboek (hierna BW) opgenomen. De indieners waren bezorgd over de dalende acceptatiegraad van contant geld in de samenleving en stelden daarom een acceptatieplicht voor, die moet gelden voor elke publiek toegankelijke locatie of organisatie die producten of diensten aanbiedt aan particulieren. Het Amendement geeft de mogelijkheid om uitzonderingen op deze acceptatieplicht in te stellen die noodzakelijk zijn vanwege de uitvoerbaarheid of veiligheid.
Contant geld dient belangrijke maatschappelijke belangen. Veel mensen zijn afhankelijk van het gebruik van contant geld, omdat zij moeite hebben met elektronische vormen van betalen. Daarnaast is er een groep mensen die liever contant betaalt of de mogelijkheid wil hebben om dat te doen. Betalen met contant geld draagt daarmee bij aan de inclusiviteit van het betalingsverkeer. Verder is contant geld de belangrijkste terugvaloptie bij verstoringen in het elektronische toonbankbetalingsverkeer, en zorgt daardoor voor een weerbaar en storingsbestendig betalingsverkeer. Het is daarom van groot belang dat contante betalingen breed geaccepteerd worden.
Tegelijkertijd wordt erkend dat het accepteren van contant geld ook nadelen heeft. Het kan ondernemers tijd en geld kosten om te zorgen voor voldoende wisselgeld en om
contante ontvangsten te tellen en te storten. Grote hoeveelheden contant geld zorgen, zeker zonder adequate beveiliging, voor een verhoogd risico op overvallen.
In dit Besluit zijn daarom enkele uitzonderingen gesteld aan het beginsel van verplichte acceptatie van contant geld. Uitgangspunt is daarbij geweest om een goede balans te
vinden tussen het belang van een Inclusief en storingsbestendig betalingsverkeer en het belang van een efficiënt en veilig betalingsverkeer.
De uitzonderingen op de acceptatieplicht worden onderverdeeld in twee categorieën. Artikel 2 van het Besluit geeft uitzonderingen voor bepaalde categorieën van werkzaamheden, waarbij deze uitzondering noodzakelijk is om uitvoeringsredenen. Artikel 3 van het Besluit geeft uitzonderingen voor veiligheidsredenen, die in een concreet geval moeten worden afgewogen tegen de belangen van de schuldenaar.
De Raad voor de rechtspraak heeft geen zwaarwegende bezwaren tegen het Wetsvoorstel in de huidige vorm, maar geeft in overweging om het Wetsvoorstel op de in dit advies genoemde onderdeel aan te passen.
2026/03 Advies wetsvoorstel toepassing tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen (15 januari 2026
Het wetsvoorstel introduceert, in het kader van de implementatie van EU-regelgeving, ‘tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen’ (hierna ook: tweerichtingscontracten) als een nieuw instrument ter ondersteuning van projecten voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, elektriciteit uit kernenergie en andere projecten die bijdragen aan de vermindering van broeikasgassen. Tweerichtingscontracten zijn ingevolge de Elektriciteitsverordening overeenkomsten tussen de overheid en een exploitant van een elektriciteitsproductie-installatie waarbij betalingen in twee richtingen plaats kunnen vinden. Op grond van een dergelijke overeenkomst betaalt een exploitant van een elektriciteitsproductie installatie aan de overheid als de marktprijs boven een vooraf afgesproken prijs uitkomt, en ontvangt een exploitant compensatie van de overheid als de marktprijs onder een vooraf afgesproken prijs ligt.
Het wetsvoorstel geeft de Raad geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2026/02 Advies Besluit uitvoeringswet Asiel- en Migratiepact (14 januari 2026)
Het besluit strekt tezamen met de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 tot implementatie van de herschikte Opvangrichtlijn en het treffen van uitvoeringsregels die noodzakelijk zijn voor een goede werking van de verordeningen die deel uitmaken van het Asiel- en migratiepact 2026 in de Nederlandse rechtsorde.
De Raad verwijst naar hetgeen zij eerder heeft opgemerkt over het wetsvoorstel Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 in zijn advies van 19 februari 2025. Dit advies wordt voor zover relevant als hier herhaald beschouwd. Verder wijst de Raad er nogmaals op dat hij er bijzonder sterk aan hecht dat het wetsvoorstel Asielnoodmaatregelenwet en het wetsvoorstel invoering tweestatusstelsel - indien deze wetten worden aanvaard door de Eerste Kamer - niet voor 12 juni 2026, het moment dat het Asiel- en migratiepact van toepassing wordt, in werking treden. Zeker nu de mogelijke tijdspanne tussen het moment waarop het Asiel- en migratiepact van toepassing wordt en het vroegst mogelijke moment van inwerkingtreding van de wetsvoorstellen Asielnoodmaatregelenwet en invoering tweestatusstelsel inmiddels in het meest gunstigste geval nog maar enkele maanden kan betreffen. Daarnaast wijst de Raad op enkele onduidelijkheden in het besluit en het ontbreken van motiveringen bij het invoeren van bepaalde regels.
2026/01 Advies wetsvoorstel weerbaarheid defensie en veiligheid gerelateerde industrie (8 januari 2026)
- 2026/01 Advies wetsvoorstel weerbaarheid defensie en veiligheid gerelateerde industrie (pdf, 195 KB)
De strekking van het Wetsvoorstel is de weerbaarheid, de continuïteit en capaciteiten van hoofdzakelijk ondernemingen uit Nederlandse Defensie Technologische en veiligheid gerelateerde Industriële Basis (NLDTIB) te ondersteunen en te versterken. Het Wetsvoorstel is opgebouwd uit drie onderdelen:
- marktregulering;
- een dienst van algemeen economisch belang (hierna: daeb), en/of
- een aanwijzing tot voorraadvorming voor bepaalde goederen of producten.
In artikel 4.1 van het Wetsvoorstel is bepaald dat beroepen in eerste aanleg tegen besluiten die zijn genomen op grond van dit Wetsvoorstel worden geconcentreerd bij de rechtbank Rotterdam en in hoger beroep worden behandeld door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: CBb). De Raad kan zich hierin vinden.
Zie ook:
Kijk voor meer informatie of hulp op de contactpagina.