Den Haag|

Onderzoek: Georganiseerde criminaliteit vaak erg moeilijk te bewijzen

‘Het is niet gek dat een straf lager is dan de eis’

De straf die een officier van justitie eist bij rechtszaken rondom georganiseerde misdaad, is vaak hoger dan de straf die de rechter uiteindelijk oplegt. Dit blijkt uit recent onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Een verschil tussen strafeis en uiteindelijke straf is niet vreemd, maar een logisch gevolg van ons strafsysteem. Complexe misdrijven zijn vaak moeilijk te bewijzen’, reageert Michiel de Ridder (voorzitter van de koepel van strafrechters LOVS). ‘Het onderzoek laat zien dat de aanpak van georganiseerde misdaad erg ingewikkeld is. Voor de politie, het Openbaar Ministerie én voor de Rechtspraak.’

Bewijs

Uit het onderzoek "Geëiste en opgelegde straffen bij de strafrechtelijke afhandeling van georganiseerde criminaliteit" (politieenwetenschap.nl) blijkt dat in 7 op de 10 zaken de rechter lager straft dan de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. eist. Ook in hoger beroep is dit het geval. De Ridder: ‘Een officier gaat er bij zijn eis vanzelfsprekend vanuit dat alles waarvan de verdachte wordt beschuldigd, bewezen is. Maar het is aan de rechter om het bewijs dat hiervoor wordt aangedragen te beoordelen. En de lat ligt hoog: alleen als het bewijs overtuigend is zal de rechter het meewegen. Een verdachte is onschuldig tot het tegendeel bewezen is, ook bij zware criminaliteit. Het verschil tussen eis en straf komt dus niet omdat de rechter criminaliteit minder strafbaar vindt, maar omdat de rechter bepaalt wat bewezen is en wat niet. En hij doet dit helemaal aan het einde van het strafproces, nadat hij het dossier heeft bestudeerd, de officier om toelichting heeft gevraagd én de verdachte de kans heeft gegeven te reageren. Een officier moet juist aan het begin van het traject bepalen waarvan de verdachte wordt beschuldigd. Dan kijk je soms echt anders tegen een zaak aan.’

De Ridder snapt de verbazing die het onderzoek kan oproepen. ‘Georganiseerde misdaad is een groot maatschappelijk probleem. Het voelt voor iedereen oneerlijk als een grote crimineel de dans lijkt te ontspringen. Maar rechters oordelen niet op gevoel, ze baseren hun oordeel op bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt..’

Veelkoppig monster

Het feit dat er vaak verschil zit tussen eisStrafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. en straf laat volgens De Ridder zien hoe ingewikkeld zaken rondom georganiseerde criminaliteit zijn. Een rechter moet met veel meer factoren rekening houden dan bij een eenvoudige zaak. De Ridder: ‘Bij iemand die gesnapt is omdat hij een fles shampoo gestolen heeft uit de winkel, praat je in eerste instantie over de veroorzaakte schade en of iemand al vaker in de fout is gegaan. Bij georganiseerde misdaad is een zaak een veelkoppig monster. Er is vaak sprake van stromannen, vage constructies met bv’s, verdachten die altijd zwijgen, een onbeperkt budget voor juridische bijstand, ga zo maar door. Dit maakt de bestrijding van deze professionele vorm van criminaliteit heel erg ingewikkeld. Het is daarom erg goed dat er onderzoek wordt gedaan naar hoe het beter kan.’

De Ridder steekt ook de hand in eigen boezem: ‘Uit het onderzoek haal ik ook dat het nog te vaak onduidelijk is waarom een uitspraak precies is zoals hij is. Het is dan lastig te begrijpen waarom er verschil zit tussen eis en straf. We moeten nog beter uitleggen hoe we tot ons oordeel komen.’