Onderzoek: praktijk pro-formazittingen vraagt om spelregels
Pro-forma
In strikte zin wordt een pro-formazittingZitting waarop een zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. Een pro-formazitting is nodig als een zaak binnen een bepaalde termijn op een zitting moet zijn geweest, maar het nog te vroeg is om deze inhoudelijk te behandelen. gehouden om te bepalen of een verdachte die vastzit in voorlopige hechtenisVerzamelnaam voor de begrippen bewaring, gevangenhouding en gevangenneming. mag worden gehouden. Als een verdachte in voorlopige hechtenis zit, moet zijn zaak binnen 104 dagen aan de strafrechter worden voorgelegd. Als het politieonderzoek tegen die tijd nog niet is afgerond, kan de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. tijdens een pro-formazitting aan de rechter vragen de zaak tijdelijk te schorsen en de voorlopige hechtenis in afwachting daarvan te laten voortduren. Op deze manier hoeft de verdachte nog niet op vrije voeten te worden gesteld. De naam pro-forma (‘voor de vorm’) verwijst naar het feit dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld tijdens zo’n zitting.
Discussie

Onder juristen bestaat discussie over de wenselijkheid om pro-formazittingen alleen te plannen om de voorlopige hechtenisVorm van vrijheidsstraf, die bijvoorbeeld wordt opgelegd bij overtredingen of bij het niet betalen van een boete. te laten voortduren. Het kost zittingscapaciteit en mankracht, en men vraagt zich af in hoeverre de taken van de zittingsrechter en de betrokken rechter-commissaris zich tot elkaar verhouden. Een pro-formazitting wordt in de praktijk namelijk ook gebruikt, met name door de verdediging, om onderzoekwensen aan de rechter voor te leggen. We spreken dan eigenlijk van een regiezittingZitting in een rechtbank of gerechtshof ter voorbereiding van de inhoudelijke behandeling van een rechtszaak.. Omdat er wel discussie is over deze materie maar geen empirisch onderzoek, hebben de onderzoekers besloten de praktijk van pro-formazittingen te onderzoeken.
Cijfers
Uit het onderzoek blijkt dat 3 procent van het totale aantal strafzittingen een pro-formazitting is. Wanneer er alleen naar zittingen van de meervoudige kamerEen kamer van een gerecht, bestaande uit ten minste drie rechters. De meervoudige kamer beslist over zware of ingewikkelde zaken. In hoger beroep worden de zaken veelal door een meervoudige kamer behandeld. wordt gekeken is dit percentage 17,5 procent. In hoger beroep ligt dit percentage flink hoger: 28 procent van de zittingen is een pro-formazitting. In 5 procent van de gevallen in eerste aanleg en 24 procent in hoger beroep wordt de voorlopige hechtenis na de pro-formazitting opgeheven. Pro-formazitting komen met name voor bij zaken met betrekking tot zware geweldsmisdrijven. Ook bij Opiumwetzaken en Wet Wapens-en-Munitiezaken komen ze relatief veel voor.
Spelregels
De onderzoekers vroegen leden van de Rechtspraak, het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. en advocatuur naar hun kijk op de praktijk van pro-formazittingen. De geïnterviewden onderstrepen het belang van de openbaarheid van een pro-formazitting: het is een moment waarop zichtbaar wordt gemaakt wat de stand van zaken is van het onderzoek naar de verdachte en welke stappen nog moeten worden gezet. Maar er wordt wisselend gedacht over de verhouding tussen de rechter-commissaris en de zittingsrechter. In de huidige praktijk dreigen ze in elkaars vaarwater te zitten. Ook wordt uit de interviews duidelijk dat het als inefficiënt wordt ervaren dat voor één zaak verschillende rechters en officieren van justitie zich in dezelfde zaak moeten verdiepen. Uit het onderzoek blijkt dat op de pro-forma zitting vaak andere rechters zitten dan die de zaak inhoudelijk zullen gaan behandelen.
De onderzoekers stellen dan ook dat de huidige praktijk om spelregels vraagt, met name waar het gaat om de verhouding tussen rechter-commissaris in het voorbereidend onderzoek en het moment waarop het onderzoek overgaat naar de zittingsrechter. Het is aan de wetgever om deze spelregels op te stellen, aldus de onderzoekers.