Den Haag|

Raad voor de rechtspraak uit zorgen over voorgestelde maatregelen gevangeniswezen

De Raad voor de rechtspraak spreekt zijn zorgen uit over de noodmaatregelen van het kabinet om de capaciteitsproblemen in het gevangeniswezen aan te pakken. Door de plannen ontstaat het risico dat de straf zoals die door de rechter is opgelegd, niet ten uitvoer wordt gebracht.

Minister Weerwind (voor Rechtsbescherming) kondigde de maatregelen afgelopen maand aan in een brief aan de Tweede Kamer (rijksoverheid.nl). Deze week debatteert de KamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. erover. Met de maatregelen wil de minister de capaciteitsproblemen oplossen die bij de Dienst Justitiële Instellingen (DJI) zijn ontstaan door een tekort aan medewerkers. Zo wil het kabinet het in de executiefase mogelijk maken dat – om cellen vrij te maken - meer gedetineerden een deel van hun straf op een Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA) ondergaan en moet elektronisch toezichtExperiment waarbij een veroordeelde zijn straf thuis mag uitzitten. Door een elektronische chip in een niet te verwijderen enkelband kan op afstand worden gecontroleerd of een veroordeelde zich aan zijn huisarrest houdt. Wordt ook 'elektronisch toezicht' genoemd. aan het einde van de detentieperiode in specifieke gevallen mogelijk worden.

Gezag

De Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. begrijpt dat het kabinet zich voor uitdagingen gesteld ziet, maar benadrukt dat er niet mag worden getornd aan het principiële rechtsstatelijke standpunt dat de straf die de rechter oplegt, ook op die manier wordt uitgevoerd. Wordt van dit standpunt afgeweken, dan kan dit betekenen dat de opgelegde straf wordt gedenatureerd. Dat wil zeggen dat de straf in de praktijk anders uitpakt dan de rechter in zijn vonnis heeft bepaald en bedoeld. Dit ondergraaft het gezag van de rechter, en tast daarmee ook het vertrouwen in de overheid aan.

Belang

De Raad vindt het positief dat de minister het belang van het uitvoeren van rechterlijke vonnissen in zijn brief aan de Tweede Kamer benoemt. Maar de Raad benadrukt dat het waarborgen van dat belang in de praktijk ook concreet moet worden waargemaakt. Dat is een vereiste binnen de democratische rechtsstaat.

Rechtsongelijkheid

Naast dat het gezagHet recht en de plicht van een persoon (meestal een ouder) om een kind jonger dan 18 jaar op te voeden en te verzorgen en belangrijke beslissingen te nemen over het kind. Een of twee personen kunnen het gezag hebben. van de rechter wordt ondergraven, kunnen de voorgestelde maatregelen ook tot rechtsongelijkheid tussen veroordeelden leiden. Dit gebeurt als een door de rechter opgelegde straf aanzienlijk wordt aangepast door capaciteitsproblemen bij de penitentiaire inrichtingGevangenis of huis van bewaring. waar een gedetineerde is geplaatst, terwijl een andere gedetineerde in een gevangenis met voldoende medewerkers zijn straf volledig moet uitzitten zoals de rechter deze heeft opgelegd.

Langere termijn

De Raad geeft verder aan dat het verstandig zou zijn als de minister kijkt naar structurele oplossingen voor de langere termijn. Daarbij kan worden gedacht aan het opnemen van enkele van de genoemde maatregelen in het Wetboek van Strafrecht, zoals plaatsing in een BBA of elektronische detentie. Op die manier wordt recht gedaan aan het rechtsstatelijke standpunt in onze democratie dat de rechter deze straffen kan opleggen, als deze passend en geboden zijn.