Den Haag|

Rechtspraak adviseert af te zien van wetsvoorstel handhaving kraakverbod

De Raad voor de rechtspraak adviseert de Tweede Kamer met klem af te zien van het initiatiefwetsvoorstel om de handhaving van het huidige kraakverbod te wijzigen en daarmee snellere uitzetting van vermeende krakers mogelijk te maken. Zo blijkt uit een onlangs verschenen wetgevingsadvies. De Raad zet in het advies grote vraagtekens bij het nut, de noodzaak en haalbaarheid van dit wetsvoorstel. Daarnaast leidt het wetsvoorstel tot een verslechtering van de rechtsbescherming van betrokken burgers, omdat de rechter binnen zeer korte termijn en op basis van minder informatie moet beslissen.Foto: Rink Hof, ANP

Nu is het nog zo dat bij een ‘verdenking van kraken’ een aankondiging van ontruiming van een pand wordt gegeven en de vermeende krakers hierop een kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). bij de civiele rechter kunnen instellen. In het nieuwe wetsvoorstel wordt voorgesteld om meteen de rechter-commissaris in strafzaken te betrekken en deze binnen 3 dagen te laten beslissen over de vordering tot ontruiming van de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is.. De rechter-commissaris verleent een machtiging tot ontruiming of wijst de vordering van de officier van justitie af. Het horen van de vermeende krakers blijft achterwege bij dringende noodzaak.

Wetsvoorstel lost niks op

De Raad stelt dat het strafrecht op dit moment al voldoende mogelijkheden tot onmiddellijke ontruiming biedt. Het nieuwe wetsvoorstel voegt op dit gebied niets toe. De tijdswinst die men verwacht met het nieuwe wetsvoorstel is om verschillende redenen weinig realistisch. De Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. adviseert daarom om helemaal af te zien van dit wetsvoorstel. Wordt het wetsvoorstel toch doorgezet, dan heeft de Raad zwaarwegende bezwaren tegen de huidige vorm en zou het op een aantal essentiële punten moeten worden aangepast en toegelicht.

Verslechtering rechtsbescherming

Dan gaat het bijvoorbeeld om de verschuiving van wat eigenlijk een civielrechtelijk geschil is naar het strafrecht. Maar ook de zeer korte termijn (3 dagen) waarbinnen de nieuwe procedure bij de rechter-commissaris moet zijn afgerond. Deze dient volgens de Raad te worden aangepast in een realistische termijn. De voorgestelde procedure die in dit wetsvoorstel wordt geschetst roept veel vragen op en bevat onvoldoende waarborgen. Verder roept de voorgestelde gang van zaken bij het horen van de vermeende krakers ook nog veel vragen op.

Lees hier het volledige wetgevingsadvies (pdf, 712 KB) van de Raad voor de rechtspraak.