Den Haag|

Rechtspraak: binnentreden woning en schenden beroepsgeheim alleen bij duidelijke kaders

De kaders voor het zonder toestemming binnentreden van een woning en het schenden van het medisch beroepsgeheim moeten duidelijk zijn. Dit stelt de Raad voor de rechtspraak in een wetgevingsadvies over de voorgestelde Wet Elektronische gegevensuitwisseling in de Zorg. Ten aanzien van het huisrecht gaat het om een zware inbreuk op een grondrecht van burgers, stelt de Raad. Ook krijgen wetshandhavers een te ruime mogelijkheid om inbreuk te maken op het medisch beroepsgeheim. Het zou goed zijn als de minister voor Medische Zorg en Sport het wetsvoorstel op deze punten aanpast.

Toetreden woning

De Raad begrijpt het doel en het belang van het wetsvoorstel, wat ertoe moet leiden dat zorgverleners gegevens volgens vooraf bepaalde (elektronische) standaarden uitwisselen. Als het wetsvoorstel echter in de huidige vorm wordt aangenomen, krijgen wetshandhavers (zoals de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd) ook de bevoegdheidDe vraag welke rechter de zaak mag behandelen. een woning die onderdeel uitmaakt van een zorginstelling zonder toestemming van de bewoners binnen te treden om gegevens te verzamelen. Het binnentreden van een woning zonder dergelijke toestemming is een ingrijpende bevoegdheid die inbreuk maakt op de grondwettelijke bescherming van het huisrecht. Daarom adviseert de Raad duidelijke kaders te stellen voor de inzet ervan.

Schenden beroepsgeheim

De Raad zet ook vraagtekens bij de uitzondering op het verschoningsrechtHet recht dat een getuige op grond van zijn familierelatie met de verdachte of op grond van zijn beroep heeft om vragen van de rechter onbeantwoord te laten. Een getuige mag zich ook verschonen van het geven van een antwoord als hij zichzelf daardoor zou belasten. die volgt uit het wetsvoorstel, waardoor zorgverleners zich niet op hun beroepsgeheim mogen beroepen wanneer wetshandhavers medische gegevens willen inzien. De Raad adviseert om een rechter te laten toetsen of het doorbreken van het medisch beroepsgeheim noodzakelijk is.

Grondwettelijke bescherming

Hoewel de impact van het wetsvoorstel op burgers in de praktijk beperkt lijkt te zijn, het gaat om speciale type woningen en situaties, vindt de Raad het belangrijk om te wijzen op de grondwettelijke bescherming van het huisrecht. Dit mag, net als het medisch beroepsgeheim, niet te gemakkelijk worden uitgehold. Huisrecht en het medisch beroepsgeheim zijn er ter bescherming van burgers.

Lees hier (pdf, 211 KB) het volledige wetgevingsadvies ‘Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg’ van de Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen.