Tal van onduidelijkheden in wetsvoorstel dat verheerlijken terrorisme strafbaar maakt
Dat staat in het wetgevingsadvies van de Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen.. Volgens het initiatiefwetsvoorstel (een wetsvoorstel van een Kamerlid) komt er in het Wetboek van Strafrecht een artikel bij. Dit artikel stelt het verheerlijken van de gewapende strijd en terroristische misdrijven strafbaar als er het vermoeden is dat de openbare orde daardoor ernstig wordt (of kan worden) verstoord. Hetzelfde geldt voor het geval dat dat vermoeden er redelijkerwijs had moeten zijn.
Opmerkingen
De Raad voor de rechtspraak wijst er op dat in 2005 een dergelijk wetsvoorstel ook al op tafel lag. Na kritiek, onder meer door de Raad in een wetgevingsadvies (2005/26), verdween het voorstel van tafel. Het voorstel dat er nu ligt, maakt niet duidelijk wat er sindsdien veranderd is.

Verder vindt de Raad dat niet duidelijk wordt gemaakt hoe dit voorstel moet worden gezien ten opzichte van de vrijheid van meningsuiting, een grondrecht. Hij vraagt zich tevens af waarom de strafbaarheid niet wordt beperkt tot misdrijven die door een rechterlijke uitspraak zijn bevestigd. Als iemand wordt verdacht van het verheerlijken van een misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank., waarvan niet middels een rechterlijke uitspraak vaststaat dat het echt is gepleegd en ook dat het om een terroristische daad gaat, hoe kan de rechter de strafbaarheid van het verheerlijken daarvan dan vaststellen?
Ook vraagt de Raad zich af of niet de eisStrafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. van opzet op het verstoren van de openbare orde in het wetsvoorstel moet worden opgenomen. Gebeurt dit niet, dan zouden bijvoorbeeld ook journalistieke en wetenschappelijke publicaties, of andere uitingen die vallen onder de vrijheid van meningsuiting en niet tot doel hebben om de orde te verstoren, vervolgbaar kunnen worden. Onduidelijk is eveneens welke uitingen volgens het voorstel strafbaar worden. Er wordt gesproken over ‘uitlatingen’, maar wat moet daaronder worden verstaan? Ook het begrip ‘gewapende strijd’ wordt niet nader omschreven. Wordt hier alleen de jihad bedoeld of bijvoorbeeld ook de strijd van de separatisten in Oekraïne?
Artikel 12
De Raad vraagt in zijn advies verder aandacht voor de verwachting dat het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. regelmatig zal besluiten ondanks een aangifte van verheerlijking van geweld, vanwege de vrijheid van meningsuiting niet tot vervolging over te gaan. Dit leidt waarschijnlijk tot meer artikel 12-procedures. Dit is een procedure bij een gerechtshof waarin een aangever vraagt het OM te dwingen toch te vervolgen, met vaak veel media-aandacht. Ten onrechte wordt hier geen aandacht aan besteed, aldus de Raad.
Procedure
In een wetgevingsadvies spreekt de Raad voor de rechtspraak zich niet uit over de politieke wenselijkheid van (initiatief)wetsvoorstellen. Hij kijkt vooral of rechters er in de praktijk mee uit de voeten kunnen. Waar het gaat om nieuwe strafbepalingen, kijkt de Raad naar de duidelijkheid ervan. Ook kijkt hij of voor een burger voldoende voorzienbaar is welke gedraging nou precies strafbaar wordt gesteld. Wetgevingsadviezen worden gestuurd naar de opsteller van het betreffende wetsvoorstel. Die past het wetsvoorstel mogelijk aan. Een volgende stap is, als de opsteller het voorstel verder in procedure wil brengen, het aanbieden van het wetsvoorstel aan de Raad van StateHoogste adviescollege van de staat dat adviseert over alle wetsontwerpen en algemene maatregelen van bestuur; de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist in hoogste instantie in geschillen over besluiten van overheidsorganen.. Het advies van de Raad van State wordt vervolgens samen met het wetsvoorstel naar het parlement gestuurd.