Extra onderzoek nodig in zaak oplichting bank met deepfake-technologie
Een 34-jarige man wordt ervan verdacht dat hij een bank heeft opgelicht. Hij zou 47 bankrekeningen geopend hebben – die op naam stonden van anderen - met behulp van deepfake-technologie. Dit gebeurde in de periode van 20 maart 2025 tot en met 14 november 2025. Hij zou deepfake-technologie gebruiken om het identiteitsverificatiesysteem te misleiden. Ook verdenkt het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. hem van het vervalsen van paspoorten en ID-bewijzen en het in bezit hebben van afbeeldingen van identiteitsbewijzen om oplichting mee te plegen. Ook zou de man niet-openbare gegevens in zijn bezit hebben gehad die afkomstig waren uit een misdrijf.
Verklaring verdachte
Op 17 maart 2026 behandelde de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Amsterdam de zaak van de man en is het onderzoek gesloten. De rechtbank komt tot het oordeel dat het onderzoek ten aanzien van de feiten onvolledig was. De man diende op 13 maart 2026 een schriftelijke verklaring in, waarin hij verklaarde dat hij vanaf 28 september 2025 wetenschap had van de strafbare feiten, maar dat hij in de periode daarvoor niet wist dat hij aan strafbare feiten meewerkte. Ook tijdens de zitting verklaarde de man dat hij de gegevens die op zijn telefoon zijn aangetroffen pas na 28 september 2025 heeft gedownload via Telegram.
Tussenvonnis: heropening onderzoek
Om te beoordelen of de verklaring van de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. betrouwbaar is, wil de rechtbank geïnformeerd worden over op welke momenten en op welke wijze de gegevens op de telefoon van de man terecht zijn gekomen. De rechtbank heropent daarom het onderzoek ter terechtzitting en geeft aan de Officier van JustitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. opdracht om nader onderzoek naar de gegevens op de telefoon te laten verrichten. De rechtbank geeft daarvoor een maximale termijn van drie maanden. Er komt een nieuwe zitting bij de rechtbank Amsterdam waarop de resultaten van dat onderzoek zullen worden besproken. De datum daarvoor moet nog worden bepaald.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank beslist dat de verdachte in voorlopige hechtenisVerzamelnaam voor de begrippen bewaring, gevangenhouding en gevangenneming. blijft en ziet geen reden om dit op te heffen.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u een e-mail- U verlaat Rechtspraak.nl sturen naar de team Communicatie van de rechtbank Amsterdam.