Amsterdam|

IRK staat overlevering aan Polen toe voor uitzitten gevangenisstraf

De Internationale Rechtshulpkamer (IRK) van de rechtbank Amsterdam heeft vandaag de overlevering aan Polen toegestaan van een 28-jarige man (de opgeëiste persoon) voor de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf die hem in 2018 door een Poolse rechter is opgelegd.

Prejudiciële vraag

De IRK stelde in deze zaak op 3 september 2020 een prejudiciële vraag aan het Hof van JustitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. van de Europese Unie over de consequenties van de problemen met de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke machtRechters en officieren van justitie. De rechters worden tot de zittende magistratuur gerekend en de officieren van justitie tot de staande magistratuur. De rechter blijft zitten tijdens de zitting, de officier van justitie voert staande het woord. (zie ECLI:NL:RBAMS:2020:4328 en dit nieuwsbericht). Deze vraag werd op
17 december 2020 door het Europese Hof beantwoord (zie ECLI:EU:C:2020:1033). 

Europees Hof: geen automatische weigering overlevering

De prejudiciële vraag van de IRK vloeide voort uit het oordeel van de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. dat er sprake is van systemische gebreken in de rechtsorde van Polen, waardoor de Poolse wetgeving niet langer de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke macht waarborgt. De IRK wilde van het Hof weten of dergelijke gebreken er automatisch toe moeten leiden dat overleveringHet overdragen van een persoon aan een ander land om daar voor de rechter te komen of een straf uit te zitten. van opgeëiste personen moet worden geweigerd. Het Hof oordeelde in zijn antwoord dat dergelijke gebreken op zichzelf niet rechtvaardigen dat overlevering wordt geweigerd. Weigering kan alleen wanneer er in het individuele geval concrete en zwaarwegende redenen zijn om aan te nemen dat de rechten van de opgeëiste persoon zijn of mogelijk zullen worden geschonden.

Oordeel over gebreken Poolse rechtsstaat blijft staan

De rechtbank ziet in het arrestUitspraak van een gerechtshof of de Hoge Raad in een civiele dagvaardingsprocedure of van een strafzaak. van het Europese Hof geen aanleiding om terug te komen op het oordeel dat er sprake is van systemische gebreken in de rechtsorde van Polen, waardoor de Poolse wetgeving niet langer de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke macht waarborgt. De rechtbank geeft daarmee overigens geen oordeel over individuele Poolse rechters en hun opstelling ten opzichte van de Poolse regering en het Poolse parlement, maar over het systeem waarbinnen deze Poolse rechters hun werk moeten doen.

Overlevering wordt wel toegestaan

Gelet op het antwoord van het Europese Hof oordeelt de IRK verder dat het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. van Sieradz, dat het Europees aanhoudingsbevel in deze zaak had uitgevaardigd, bevoegd was om dit te doen, ondanks de systemische gebreken in de Poolse rechtsorde.

De rechtbank komt tot slot tot de conclusie dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat het grondrecht van de opgeëiste persoon op een onafhankelijk gerechtRechtsprekende instantie. Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Hoge Raad. is geschonden en dat hij als gevolg daarvan in 2018 geen eerlijk proces heeft gehad. De opgeëiste persoon heeft niet aangevoerd dat hij geen eerlijk proces heeft gehad en heeft ook geen informatie verschaft die daarop kan duiden.

De IRK staat daarom dus de overlevering van de man aan Polen toe.