Wrakingsverzoek in strafzaak Passage afgewezen
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. heeft bij beslissing van 27 april 2010 deze verzoeken van de verdediging afgewezen (LJN: BM2493).
Het verzoek tot wrakingVerzoek aan de rechtbank om een rechter in een bepaalde zaak te vervangen, omdat hij partijdig zou zijn. berust samengevat op de gedachte dat er geen scherpe scheidslijn tussen de OM-deal en het beveiligingstraject (het TGB-traject) valt te trekken. Op het moment dat het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. voor de rechtmatigheid van de OM-deal relevante feiten onderbrengt bij het TGB-traject, ontneemt het openbaar ministerie het voor toetsing noodzakelijk zicht aan de rechtbank. Verzoeker stelt dat de rechtbank op dit punt in haar beslissing onvoldoende acht heeft geslagen op de zogenaamde eerlijkheidsnotie zoals die volgt uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake verwerking van het eerlijkheidsrisico en herstel daarvan. Daarnaast is verzoeker van mening dat de rechtbank zich impliciet heeft uitgesproken over het waarheidsgehalte van de verklaringen van de kroongetuige. Verzoeker stelt dat op grond hiervan een verweer leidend tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bij voorbaat nutteloos zal zijn. De rechtbank is vooruitgelopen op de inhoud van nog af te leggen getuigenverklaringen. De rechtbank heeft aangegeven bij einduitspraak finaal te beslissen over de rechtmatigheid van de OM-deal. Gelet op de aangevoerde feiten en omstandigheden weet verzoeker nu al dat tot rechtmatigheid geconcludeerd zal worden.
De wrakingskamer concludeert dat er geen sprake is van (de schijn van) vooringenomenheid bij de rechters. De door de rechtbank genomen beslissingen, ook als deze beslissingen in het nadeel van de verzoekerIndiener van een verzoekschrift. uitvallen en zelfs als die beslissingen als onjuist zouden moeten worden aangemerkt, zijn op zichzelf beschouwd geen grond voor het oordeel dat de betrokken rechters vooringenomen zijn jegens verzoeker of dat zij die schijn hebben gewekt. De juistheid van de door de rechtbank genomen beslissingen staat niet ter beoordeling van de wrakingskamer. Het is de taak van de wrakingskamer om te onderzoeken of deze beslissingen en motiveringen feiten en omstandigheden opleveren waardoor de rechterlijke partijdigheid schade zou kunnen leiden. Dat laatste kan – nu verzoeker zelf geen andere feiten of omstandigheden heeft genoemd die zijn vrees zouden rechtvaardigen - naar het oordeel van de wrakingskamer slechts het geval zijn als in het licht van de feiten en omstandigheden van het geval de rechters één of meer beslissingen hebben genomen die zo onbegrijpelijk zijn, dat daarvoor redelijkerwijze geen andere verklaring is te geven dan dat de beslissing(en) door vooringenomenheid van de rechters is/zijn ingegeven. Naar het oordeel van de wrakingskamer is daarvan geen sprake.
Bron: rechtbank Amsterdam