Cliëntenraad zorgvilla’s bij civiele rechter aan het verkeerde adres

Den Haag|
De cliëntenraad van een viertal zorgvilla's voor intensieve kindzorg die een kort geding hebben aangespannen tegen de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), zijn bij de civiele rechter aan het verkeerde adres. De cliëntenraad moet bij de bestuursrechter zijn. Dat volgt uit een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag. De vorderingen van de cliëntenraad worden niet-ontvankelijk verklaard.

Procedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure').

Via een civiel kort geding wilde de cliëntenraad ervoor zorgen dat de inspectie een zogenoemde schriftelijke 1. Voorschrift hoe het Openbaar Ministerie zijn taak moet vervullen. Er is bijvoorbeeld een aanwijzing over de rol van een officier van justitie bij risicowedstrijden in het betaald voetbal. 2. Officieel bevel van de minister van Justitie aan het Openbaar Ministerie om een zaak op een bepaalde manier af te handelen. geeft aan VEC (zorgaanbieder van specialistische kindzorg). Dit om ervoor te zorgen dat VEC de voorgenomen sluiting van de locaties in Vleuten en Waalre opschort en zich wendt tot zorgverzekeraars om een noodscenario in te roepen zodat de continuïteit van de zorgverlening op deze locaties wordt gewaarborgd.

Oordeel voorzieningenrechter

Het gaat in deze zaak om bestuursrechtelijk handelen van een Een bestuursorgaan is een organisatie die een overheidstaak uitvoert.. Daarom staat voor de cliëntenraad een met voldoende waarborgen omklede en snelle rechtsgang bij de bestuursrechter open. De cliëntenraad kan met de gang naar de bestuursrechter hetzelfde resultaat bereiken als hij in deze kort gedingprocedure probeerde te bereiken. Wanneer een procedure bij de bestuursrechter mogelijk is en voldoende rechtsbescherming biedt, moet volgens vaste rechtspraak daarvan gebruik worden gemaakt. Voor de civiele rechter is in dat geval geen taak weggelegd. Dit is om tegenstrijdige beslissingen van de civiele rechter en de bestuursrechter over dezelfde kwestie te voorkomen.

Dit heeft tot gevolg dat de voorzieningenrechter de vorderingen van de cliëntenraad Niet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaart.