De Staat schendt op dit moment niet zijn verplichtingen tegenover omwonenden Tata Steel

Den Haag|
Op dit moment kan niet worden gezegd dat de Nederlandse Staat de verplichtingen tot het beschermen van de leefomgeving van omwonenden van Tata Steel schendt of zal schenden. Dat volgt uit een uitspraak in een kort geding tussen stichting Gezondheid op 1 en de Staat. De Staat is momenteel in onderhandeling met Tata Steel voor het maken van een maatwerkafspraak over onder meer uitstoot van schadelijke stoffen. De rechter kan, nog voordat de precieze inhoud van deze afspraak bekend is, niet tot het oordeel komen dat de Staat zijn verplichtingen tegenover omwonenden zal schenden.

Maatwerkafspraak tussen de Staat en Tata Steel

De Staat wil binnenkort een maatwerkafspraak maken met Tata Steel. Tata Steel is momenteel de grootste uitstoter van CO₂ in Nederland en de staalproductie door Tata Steel leidt tot gezondheidsrisico’s voor omwonenden. De beoogde maatwerkafspraak zou tot de deels gesubsidieerde verduurzaming van de staalproductie in de IJmond moeten leiden. Op dit moment wordt over de precieze inhoud van de afspraak nog onderhandeld. De bedoeling van de Staat is om uiterlijk 30 september aanstaande tot definitieve afspraken te komen met Tata Steel.

Vorderingen van Gezondheid op 1

In dit Procedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). komt Gezondheid op 1 op voor de belangen van degenen die in de omgeving van Tata Steel wonen. Gezondheid op 1 vindt dat de Staat bij het maken van de maatwerkafspraak met Tata Steel te weinig oog heeft voor de gezondheidsbelangen van de omwonenden. Volgens Gezondheid op 1 hebben de omwonenden bovendien onvoldoende mogelijkheden tot inspraak gehad en is er te weinig onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van de beoogde uitstootdoelen. Gezondheid op 1 vreest dat de omwonenden aan het kortste eind zullen trekken, omdat hun gezondheidsbelangen in de maatwerkafspraak niet worden gewaarborgd. Ook vreest Gezondheid op 1, gesteund door een groot aantal economen, dat Tata Steel niet levensvatbaar zal blijken, zelfs niet met de twee miljard euro subsidie van de Staat. Als de Staat niet opnieuw geld zal willen bijleggen, zal het er volgens Gezondheid op 1 op uitdraaien dat de oude, vervuilende installaties alleen maar langer hebben kunnen draaien als gevolg van de subsidie van twee miljard euro.

Met haar vorderingen wil Gezondheid op 1 voorkomen dat de belangen van de omwonenden onomkeerbaar worden geschaad. Zij vraagt de Staat om zich alsnog te houden aan de regels voor een zorgvuldige besluitvorming. Verder vordert zij de garantie dat de belangen van de omwonenden in de maatwerkafspraak voldoende zullen worden gewaarborgd, onder meer door het opnemen van gezondheidsdoelstellingen.

De rechter moet terughoudend toetsen

De Staat heeft een grote mate van vrijheid bij de uitvoering van zijn publieke taak. De afweging om een maatwerkafspraak aan te gaan en de inhoud van zo’n afspraak behoren bij uitstek tot het domein van de (wetgevende en) uitvoerende macht, omdat daarbij verschillende maatschappelijke belangen moeten worden afgewogen. Naast de gezondheidsbelangen van de omwonenden spelen bijvoorbeeld economische belangen – waaronder die van de werkgelegenheid – en het belang van zoveel mogelijk strategische autonomie van Nederland en Europa.

Dat betekent dat de rechter zich terughoudend moet opstellen in zijn beoordeling. Daarbij komt dat in deze zaak de rechter wordt ingeschakeld tijdens het (politieke) proces om tot een maatwerkafspraak te komen. Anders dan bij een beoordeling achteraf, dient de rechter terughoudend te zijn bij het sturen van dat politieke proces. Ten slotte is van belang dat de vorderingen zijn ingesteld in een kortgedingprocedure en de voorzieningenrechter alleen in geval van onmiskenbare onrechtmatigheid ordemaatregelen kan nemen.

Oordeel rechter

De rechter oordeelt dat de Staat nu (nog) niet onmiskenbaar het uit artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) voortvloeiende recht op bescherming van de leefomgeving schendt. De Staat heeft voldoende onderzoek laten doen naar de gezondheidseffecten, onder meer door het RIVM. Verder is er volgens de voorzieningenrechter voldoende mogelijkheid tot inspraak geweest en verplicht het Verdrag van Aarhus de Staat niet om verdere inspraak te bieden. De Staat is daarnaast vrij in de keuze voor uitstootdoelstellingen in plaats van gezondheidsdoelstellingen, ook omdat aannemelijk is dat vermindering van uitstoot tot gezondheidsverbetering leidt.

De keuze voor uitstootdoelstellingen in plaats van gezondheidsdoelstellingen heeft wel tot gevolg dat een goed, onafhankelijk systeem voor de monitoring van de uitstoot van groot belang is, overweegt de rechter. Er moet natuurlijk kunnen worden vastgesteld dat de uitstootvermindering werkelijk wordt bereikt. Gezondheid op 1 heeft op dit punt de vinger op de zere plek gelegd door erop te wijzen dat tot nu toe bijna alle referentie- en monitoringsgegevens van Tata Steel zelf afkomstig zijn. Dat terwijl aan de juistheid van veel van die gegevens kan worden getwijfeld. Om vervolgens vast te kunnen stellen dat de werkelijke uitstootvermindering ook werkelijk tot gezondheidsverbetering leidt, zal gezondheidsonderzoek bij de maatwerkafspraak moeten worden betrokken en zo nodig tot bijsturing van de doelen moeten leiden. De Staat heeft naar voren gebracht dat over de monitoring van de uitstoot en over de plaats van de (over ongeveer een jaar verwachte) gezondheidseffectrapportage nog wordt onderhandeld. De (strekking van de) maatwerkafspraak staat op die onderdelen dus nog onvoldoende vast. De voorzieningenrechter kan, alleen al om die reden, nu niet vaststellen dat de Staat artikel 8 EVRM onmiskenbaar schendt of zal schenden.

Het is natuurlijk van zeer groot belang voor de omwonenden dat tot solide afspraken zal worden gekomen over objectieve monitoring en de plaats van gezondheidseffectonderzoek. Daarnaast verwacht de voorzieningenrechter dat de bodemrechter bij een beoordeling achteraf uitermate kritisch zal toetsen of werkelijk tot een solide regeling op met name deze punten zal zijn gekomen.

Tot slot lijkt Gezondheid op 1 ook nog een vinger op een zere plek te leggen over de levensvatbaarheid van Tata Steel in de onzekere wereldwijde staalmarkt. Als Tata Steel ondanks de subsidie van twee miljard inderdaad noodlijdend zal blijken, is het meest aannemelijke scenario dat de Staat tot verdere subsidieverlening zal besluiten. Dat zal zonder meer nadelig zijn voor de belastingbetaler, maar dit financiële belang is niet een belang waarvoor Gezondheid op 1 opkomt. Het scenario dat niet zal worden besloten tot verdere subsidieverlening, en de oude, vervuilende installaties alleen maar langer zullen hebben kunnen draaien dankzij de twee miljard euro subsidie, is op dit moment te speculatief en niet voldoende aannemelijk om (voldoende) gewicht in de schaal te leggen.