Populatie damherten Hoeksche Waard mag niet worden teruggebracht naar nul

Den Haag|
Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland heeft onvoldoende onderbouwd waarom de populatie damherten in de Hoeksche Waard moet worden teruggebracht naar nul. Dat volgt uit een uitspraak in een bodemprocedure bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaart het beroep van Fauna4Life en Stichting Animal Rights die deze zaak hebben aangespannen gegrond en vernietigt het besluit, waarbij de opdracht is gegeven.

Populatie damherten

In oktober 2024 gaf het college de opdracht aan de faunabeheereenheid Zuid-Holland om de populatie damherten in de Hoeksche Waard tot nul terug te brengen. Bij de beslissing om de populatie terug te brengen naar nul, baseerde het college zich op een advies dat externe deskundige in opdracht van het college hebben gegeven. Daarin wordt de herkomst en het voorkomen van de populatie damherten beschreven, de verwachte ontwikkeling en de mogelijkheden om in te grijpen. Nadat de Stichting Fauna4Life en Stichting Animal Rights Het opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. hadden ingesteld, besloot de voorzieningenrechter van deze Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. op 14 april 2025- U verlaat Rechtspraak.nl dat het aantal damherten voorlopig mocht worden teruggebracht naar 40 dieren tot er een uitspraak was in de Term die gebruikt wordt voor een normale, uitgebreide procedure bij de rechtbank, in vergelijking met het kort geding (voorlopige voorziening).. In deze bodemprocedure gaat het om de vraag of het college voldoende kan onderbouwen waarom de populatie damherten naar nul moet worden teruggebracht.

Volgens het college stamt de populatie af van drie damherten die rond 2000 zijn ontsnapt uit een hertenkamp in Numansdorp. Het zou om uitsluitend verwilderde damherten gaan die niet van nature in het gebied voorkomen. Het is volgens het college zeer onwaarschijnlijk dat wilde damherten van elders zich bij deze populatie hebben gevoegd, gelet op de afstand van de dichtstbijzijnde populaties damherten in gebieden zoals de Amsterdamse Waterleidingduinen. De verwilderde damherten in de Hoeksche Waard zijn volgens het college ongewenst omdat ze de openbare (verkeers-)veiligheid bedreigen en voor aanzienlijke economische schade zorgen aan landbouwgewassen.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat de populatie damherten in de Hoeksche Waard uitsluitend uit verwilderde dieren bestaat. Uit de Nationale Databank Flora en Fauna blijkt dat er ook damherten zijn waargenomen in gebieden die dichterbij de Hoeksche Waard liggen, zoals bij Dordrecht en Goeree-Overflakkee, waarvan niet kan worden uitgesloten dat het om wilde exemplaren gaat. Volgens het college is het door de vele barrières zoals snelwegen en vaarwegen niet aannemelijk dat deze damherten zich nu al met de populatie in de Hoeksche Waard hebben vermengd. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Nu de externe deskundigen zeggen dat dit in de toekomst wel mogelijk is als er niet wordt ingegrepen kan niet worden uitgesloten dat in de afgelopen periode enige vorm van uitwisseling heeft plaatsgevonden tussen de damherten in de Hoeksche Waard en damherten van elders. Alleen uitgebreid genetisch onderzoek kan de genetische herkomst van de dieren vaststellen, zoals uit het beheeradvies blijkt. Het college heeft zo'n onderzoek niet uitgevoerd. Daarbij merkt de rechtbank op dat het doden van beschermde soorten dieren zoals damherten, alleen is toegestaan na zorgvuldig (ecologisch) onderzoek en een toereikende motivering.

De rechtbank oordeelt verder dat het college wel voldoende heeft onderbouwd dat door de grote voedselbehoefte van damherten en het gegeven dat de populatie bij niet ingrijpen in 2028 uit 1.300 dieren zal bestaan, er ernstige schade aan landbouwgewassen kan ontstaan. Dit betekent echter niet dat het noodzakelijk is om het aantal damherten terug te brengen naar nul. Het college heeft niet inzichtelijk gemaakt dat het handhaven van een populatie van 40 damherten al zou kunnen leiden tot ernstige schade. Ook het standpunt dat het handhaven van een populatie van 40 dieren op lange termijn niet levensvatbaar is vanwege de effecten op inteelt, volgt de rechtbank niet. Het is immers mogelijk dat de dieren in de Hoeksche Waard zich met damherten van elders hebben vermengd.

Tot slot heeft het college ook niet deugdelijk gemotiveerd waarom het met het oog op de verkeersveiligheid noodzakelijk is dat de gehele populatie damherten moet verdwijnen. De rechtbank vernietigt het besluit van het college om het aantal damherten in de Hoeksche Waard naar nul terug te brengen.