Laatst gewijzigd op:

Levenslange gevangenisstraf voor man die betrokken was bij Rwandese genocide

Den Haag|
De rechtbank Den Haag heeft een 66-jarige man uit Ede veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij de genocide in Rwanda in 1994. De man heeft destijds deelgenomen aan een aanval op twee gemeenschappen waar voornamelijk Tutsi’s woonden. Hun spullen werden geplunderd en hun huizen in brand gestoken. Kort daarna was hij in een stadion waar zich duizenden Tutsi’s schuilhielden. Hij belette dat deze Tutsi’s ontsnapten en gooide een handgranaat in de menigte. Zodoende heeft de man zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdrijven en aan genocide.

Genocide in Rwanda

Tussen 6 april 1994 en midden juli 1994 zijn in Rwanda honderdduizenden Rwandezen om het leven gebracht. De overgrote meerderheid van de slachtoffers behoorde tot de Tutsi-bevolkingsgroep. Dit was geen spontane uitbarsting van etnisch geweld, maar een door de overheid georganiseerde massamoord op een deel van de eigen bevolking met het doel die bevolkingsgroep uit te roeien.  De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. is van oordeel dat in deze maanden in 1994 in Rwanda een genocide op de Tutsi-bevolking heeft plaatsgevonden.

Aanvalstochten

In Mbazi, de gemeente waar de Iemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. woonde, werd ook opgeroepen om de Tutsi’s te vernietigen. De burgemeester van die stad zei in een toespraak tegen de inwoners ‘dat het onkruid op een hoop geveegd moest worden, voordat het in brand gestoken kan worden’. De dag erna vonden er aanvalstochten plaats op huizen van Tutsi´s, waarbij de aanvallers goederen meenamen (waaronder huisraad, kleding, etenswaren en vee) en brand stichtten. Tijdens die tochten werd een lied gezongen met de tekst ´we gaan hen allemaal uitroeien´.

De verdachte was destijds responsable, een lokale bestuurder van een gemeenschap van ongeveer 1.000 inwoners, en liep mee met deze aanvalstocht. Hij was daar samen met andere bestuurders: zij werden gezien als leiders van de aanvalsgroep. Terwijl de aanvallers de huizen binnen gingen en brand stichtten, keek de verdachte vanaf de weg toe.

Er is geen Een document of stuk dat een standpunt ondersteunt. dat de man toen ook heeft opgeruid tot het plegen van genocide. Daarvan wordt de man dan ook vrijgesproken.

Genocide

In de dagen erna namen tussen de 5.000 en 7.000 Tutsi´s uit de omgeving hun toevlucht tot het plaatselijke voetbalstadion in Byiza, in de gedachte dat ze daar veilig zouden zijn. Op 25 april 1994 werd een groot aantal van hen echter door Hutu-extremisten en militairen gedood. Later zijn in de buurt in verschillende massagraven meer dan 4.000 lichamen opgegraven.

De verdachte was bij de moorden betrokken. Hij was die dag in het stadion en gaf de Hutu´s daar de instructie geen enkele Tutsi te laten ontsnappen. ´s Middags is er op de Tutsi´s geschoten, zijn ze met stenen bekogeld en zijn er handgranaten op het veld gegooid. Ook de verdachte heeft een granaat gegooid. Overlevenden van de aanval in de middag zijn vervolgens met knotsen en machetes gedood.

Straf

Op het plegen van dit soort oorlogsmisdrijven en op het plegen van genocide staan zware straffen: een tijdelijke gevangenisstraf van (destijds) twintig jaar of een levenslange gevangenisstraf.

De feiten zijn volgens de rechtbank gepleegd met een genocidaal oogmerk: iemands groepsidentiteit bepaalde of hij of zij overleefde. Onder de slachtoffers zijn met name weerloze burgers die een veilig heenkomen zochten te betreuren. Dat alles rekent de rechtbank de verdachte zeer zwaar aan. De verdachte was in 1994 een man van aanzien en moet zich bewust zijn geweest van de rol en invloed die hij had als lokaal bestuurder. In plaats van zich afzijdig te houden, heeft hij meerdere, zeer ernstige feiten gepleegd. 

De rechtbank oordeelt daarom dat een tijdelijke gevangenisstraf onvoldoende recht zou doen aan de uitzonderlijke ernst van de feiten. Het handelen van de verdachte getuigt van een dermate groot gebrek aan respect voor de menselijke waardigheid en voor het leven als zodanig, dat slechts een levenslange gevangenisstraf recht doet aan het immense leed dat is toegebracht aan de slachtoffers en nabestaanden, oordeelt de rechtbank.

Schadeclaims niet-ontvankelijk

In de zaak hebben negen slachtoffers en nabestaanden een schadevergoeding geëist. Het beoordelen van die claims levert een te grote belasting voor de strafzaak op. Of de slachtoffers en nabestaanden wel of niet recht hadden op een schadevergoeding moet namelijk beoordeeld worden aan de hand van het Rwandese recht. Om dat goed te doen zou een deskundige moeten worden ingeschakeld en dat zou betekenen dat de strafzaak te lang zou duren. Om die reden zijn de claims Niet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard. De slachtoffers en nabestaanden kunnen nog wel naar de civiele rechter.

Omvangrijke zaak

Het Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding. is het sluitstuk van een groot onderzoek dat enkele jaren duurde, en waarin meer dan dertig getuigen door politie en door de rechter-commissaris zijn gehoord. Die verhoren vonden in bijna alle gevallen in Rwanda plaats. De behandeling van de zaak op zitting duurde in totaal zeven dagen, en was via een videoverbinding te volgen in het Kinya-rwanda en in het Engels. Negen slachtoffers of nabestaanden waren vanuit Rwanda naar Nederland gekomen om de zitting in Den Haag bij te wonen.

Rechtbank voor internationale misdrijven

De rechtbank Den Haag is de enige Nederlandse rechtbank die internationale misdrijven behandelt. In deze zaak waren dat oorlogsmisdrijven en genocide. In eerdere zaken ging het om misdrijven tegen de menselijkheid en foltering.