Gemeente Wassenaar mocht voorkeursrecht op renbaan Duindigt vestigen

Het geschil
Deze uitspraak gaat over twee besluiten van de gemeente Wassenaar. De gemeenteraad heeft een voorkeursrecht gevestigd op percelen van de renbaan. En het college heeft geweigerd om SBRD ontheffing te geven van de aanbiedingsplicht. Deze aanbiedingsplicht betekent dat de eigenaar bij voorgenomen verkoop de grond eerst aan de gemeente moet aanbieden. Pas als de gemeente de grond niet wil kopen, mag deze aan een ander worden verkocht. In dit geval betekent het dat SBRD de percelen van de renbaan eerst aan de gemeente Wassenaar moet aanbieden.
Deze zaak gaat over Draf- en Renbaan Duindigt, eigendom van de SBRD. Het complex is sterk verouderd, waardoor renovatie of herontwikkeling nodig is. Na de aankondiging dat het complex eind juli 2025 zou worden geveild op een openbare executieverkoop heeft de gemeenteraad in september 2025 een voorkeursrecht gevestigd op percelen om meer regie te houden over de herontwikkeling van het gebied en heeft de gemeenteraad het voorkeursrecht op een aantal percelen, die door SBRD zijn verkocht aan Stichting Villa Betty, definitief gemaakt.
Bij het vestigen van voorkeursrecht moet altijd de meest concrete grondslag worden toegepast. De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. is het eens met de gemeente dat uit de “Structuurvisie Wassenaar 2025, Landgoed aan Zee” voldoende blijkt dat de renbaan - als onderdeel van de modernisering en herontwikkeling - behouden blijft. De rechtbank oordeelt dat de gemeente zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het deel van de gronden dat bestaat uit bomen, bosschages, groen en water een integraal onderdeel is van de renbaan en betrokken moet worden bij die voorgenomen modernisering.
Beroepen ongegrond
SBRD heeft aan de rechtbank een oordeel gevraagd over het besluit om een voorlopig voorkeursrecht te vestigen. Aangezien het voorlopig voorkeursrecht is komen te vervallen, het voorkeursrecht al is ingegaan en SBRD de door haar gestelde schade niet heeft onderbouwd, ziet de rechtbank niet welk belang SBRD hierbij heeft en krijgt zij ongelijk.
SBRD heeft aangevoerd dat zij de gronden eerder al heeft verkocht aan Stichting Villa Betty. Die heeft beloofd dat de renbaan nog tien jaar zal blijven bestaan. Bij verkoop aan de gemeente bestaat daar volgens SBRD geen enkele zekerheid over. Op grond van persoonlijke omstandigheden had een ontheffing van de aanbiedingsplicht – aan de gemeente Wassenaar – moeten worden verleend. Ook de financiële situatie geeft daar aanleiding toe.
Volgens de rechtbank heeft SBRD onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de renbaan verloren gaat bij verkoop aan de gemeente. De koopovereenkomst, waarbij de percelen zijn verkocht aan de Stichting Villa Betty, vormt geen gewichtige reden om SBRD te ontheffen van de aanbiedingsplicht, omdat de verkoop niet officieel was geregistreerd. De financiële situatie van SBRD is volgens de rechtbank evenmin een reden waarom een ontheffing had moeten worden gegeven van de aanbiedingsplicht, omdat niet is gebleken dat deze situatie is veroorzaakt door de gemeente.
Volgens de rechtbank kan niet worden geconcludeerd dat de gemeente akkoord is of zal gaan met een plan waarin woningen op de percelen van het complex worden gerealiseerd. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat daarom SBRD ontheven had moeten worden van de aanbiedingsplicht. En oordeelt daarmee dat de gemeente het voorkeursrecht op de renbaan mocht vestigen.