Staat mocht bieder uitsluiten in verkoopprocedure voormalige Commandopost Clingendael

De feiten
De Staat, in het bijzonder het Rijksvastgoedbedrijf, organiseerde een openbare verkoopprocedure met voorselectie om te komen tot de verkoop van een voormalige Commandopost in Wassenaar. De post diende als bunkercomplex van de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In het kader van de voorselectie konden belangstellenden aantonen dat zij ervaring hebben met herontwikkelingsprojecten van soortgelijke complexiteit, aard en omvang. Daarnaast moesten belangstellenden een visie indienen, waarin zij hun kijk konden geven op de herontwikkeling van de Commandopost. Deze visie zou worden beoordeeld door een selectiecommissie die zou besluiten welke bieders werden toegelaten tot de biedingsfase. BOEi, alsmede een andere gegadigde zijn als enige partijen toegelaten tot de biedingsfase.
In het opgestelde Biedboek is opgenomen dat het belangstellenden niet is toegestaan om informatie uit hun aanmelding, de daarmee verband houdende documenten, eventueel ingediende plannen en de uiteindelijke bieding bekend te maken aan derden, op welke wijze dan ook. Als hieraan niet wordt voldaan, kan dit aanleiding zijn om de desbetreffende belangstellende van verdere deelname aan de verkoopprocedure uit te sluiten. Ook is in het Biedboek opgenomen dat de Staat bevoegd is om de gunning afhankelijk te stellen van de uitkomst van een integriteits- en/of solvabiliteitsonderzoek.
Het geschil
Ten tijde van het biedingsproces heeft het Rijksvastgoedbedrijf meldingen over BOEi ontvangen. Zo zou BOEi de enige andere partij die tot de biedingsfase was toegelaten, tijdens die fase hebben proberen te benaderen om, kort gesteld, te praten over een mogelijke samenwerking en over de financiering. Bedoelde andere partij meldde dit bij het Rijksvastgoedbedrijf. Ook zou de directeur van BOEi aan derden een informele presentatie hebben gegeven over de visie van BOEi voor de Commandopost.
De Staat stelde op basis van de meldingen een integriteitsonderzoek in. Daaruit blijkt volgens de Staat dat (informatie uit) de visie van BOEi bekend is gemaakt aan derden. Verder blijkt uit het onderzoek dat namens BOEi contact is gezocht met de enige andere tot de biedingsfase toegelaten partij over de bieding, wat volgens de Staat kan worden gezien als een poging tot prijsafstemming. Op grond daarvan heeft de Staat besloten BOEi uit te sluiten van het biedingsproces.
De erfgoedorganisatie is het hier niet mee eens en wilde er via dit Procedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). voor zorgen dat deze beslissing wordt teruggedraaid. Volgens BOEi is het uitgevoerde integriteitsonderzoek onvoldoende deugdelijk om de beslissing tot uitsluiting te kunnen dragen. Volgens BOEi kan niet tot de conclusie worden gekomen dat zij een poging tot prijsafstemming heeft ondernomen en zij benadrukt dat zij haar visie alleen heeft gedeeld met haar achterban en niet met derden.
Het oordeel
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Staat de erfgoedorganisatie mocht uitsluiten. De voorzieningenrechter verwerpt de bezwaren van BOEi met betrekking tot de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd. Verder oordeelt de voorzieningenrechter dat de Staat de poging van BOEi om in contact te treden met de enige andere bieder, redelijkerwijs kan aanmerken als een poging tot prijsafstemming.
Vaststaat dat alleen BOEi en de andere bieder op dat moment in de race waren om de Commandopost te verwerven. Het aangaan van een formele samenwerking, in de zin van deelname aan de verkoopprocedure als combinatie, was op grond van het Biedboek na aanmelding niet meer toegestaan. De samenwerking die BOEi naar eigen zeggen voor ogen stond, te weten de andere bieder als financier en verwerver van het eigendom en BOEi als verzorger van de inhoud, had bij die stand van zaken alleen gestalte kunnen krijgen als BOEi zich zou hebben teruggetrokken.
De samenwerking in de door BOEi beoogde vorm, zou dus tot een bieding van de andere bieder hebben geleid die niet in concurrentie tot stand zou zijn gekomen. Hierdoor mocht de Staat BOEi in de verkoopprocedure uitsluiten. De voorzieningenrechter komt vervolgens niet meer toe aan de beoordeling van of BOEi zich schuldig heeft gemaakt aan Licht strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel berecht door de sector kanton van de rechtbank, misdrijven door de strafsector van de rechtbank. van het Biedboek door informatie met derden te delen.