Den Haag|

Albert Heijn moet uitzendkracht distributiecentrum in vaste dienst nemen

Supermarkt Albert Heijn (AH) heeft misbruik gemaakt van de uitzendovereenkomst van een man die in het magazijn in Pijnacker werkte. Dat volgt uit een uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag. De uitzendkracht werkte een onafgebroken periode van meer dan 7 jaar bij AH, terwijl uitzendwerk op grond van Europese regelgeving tijdelijk moet zijn. De inlening werd op 15 oktober 2025 stopgezet 'vanwege kwesties rondom gedrag’. De rechter oordeelt dat ervan moet worden uitgegaan dat de uitzendovereenkomst in 2021 is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat die niet zomaar mocht worden opgezegd. AH moet ervoor zorgen dat de medewerker weer aan het werk gaat in het distributiecentrum in Pijnacker. Ook moet hij zijn achterstallige salaris uitbetaald krijgen.

De situatie

De man is sinds 18 juni 2018 voor OTTO Workforce bij AH werkzaam als uitzendkracht, sinds november 2019 in Pijnacker. Daar heeft hij gewerkt als productiemedewerker, heftruckchauffeur en orderverzamelaar. In de tussentijd solliciteerde hij verschillende keren naar de functie van vaste magazijnmedewerker in het distributiecentrum waar hij werkte, maar hij werd telkens afgewezen. In oktober 2025 zette OTTO de inlening op verzoek van AH stop vanwege een incident na eerdere waarschuwingen.

Oordeel rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt.

De rechtbank beslist dat AH misbruik van recht heeft gemaakt door de man jarenlang onafgebroken in te lenen als uitzendkracht, zonder hem een arbeidsovereenkomst aan te bieden. Anders dan AH stelt, had de inlening geen tijdelijk karakter, oordeelt de rechter. Zo was er niets afgesproken over een einddatum van de werkzaamheden en is een arbeidsverhouding in beginsel na verloop van drie onafgebroken jaren niet meer als tijdelijk aan te merken. De periode van 7 jaar en 4 maanden van deze medewerker valt daar dus ruim buiten. Ook de andere punten die AH heeft aangevoerd om te onderbouwen dat de inlening wel een tijdelijk karakter had, volgt de rechter niet.

Op al zijn sollicitaties naar een vaste functie bij AH ontving hij iedere keer een algemene afwijzing. AH heeft geen goede reden kunnen aanvoeren waarom geen vast dienstverband is aangeboden, terwijl de medewerker wel als inlener kon blijven werken. In het standpunt dat van AH niet kan worden verlangd de medewerker een arbeidsovereenkomst aan te bieden, omdat hij structureel niet functioneerde en problematisch verdrag vertoonde, gaat de rechter niet mee. De rechter overweegt daarbij dat de medewerker in 2023 en 2025 verbetertrajecten aangeboden heeft gekregen en deze met succes heeft doorlopen. Geen van de waarschuwingen die de medewerker heeft ontvangen, hadden betrekking op een ernstig incident. Waarschuwingen werden bovendien vooral ingezet om op verbetering aan te sturen, zo blijkt uit de toelichting van het uitzendbureau. Die waarschuwingen speelden daarom geen doorslaggevende rol in het uitblijven van een aanbod voor een vast dienstverband.

De rechter oordeelt dat AH de uitzendovereenkomst van de medewerker heeft misbruikt om te bewerkstelligen dat hij voor de supermarkt werk zou blijven verrichten zonder de bijbehorende voordelen van een vast arbeidscontract. De kantonrechterDe kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. bepaalt als passende sanctie op dit misbruik dat de uitzendovereenkomst na drie jaar is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Wat de supermarkt heeft gezegd over het gedrag van de medewerker en de waarschuwingen, is niet genoeg voor een ontslag op staande voet of een andere rechtsgeldige beëindiging van een arbeidsovereenkomst. Het stopzetten van de inlening wordt daarom als een ongeldige opzegging beschouwd en die opzegging wordt vernietigd.

De rechter bepaalt dat AH de medewerker weer in het magazijn in Pijnacker moet laten werken. Doet AH dit niet, dan moet zij een dwangsomBedrag dat iemand moet betalen als hij niet voldoet aan een verplichting die hem door de rechter is opgelegd. In het bestuursrecht is het een bedrag dat iemand moet betalen als niet voldaan wordt aan de last die door een bestuursorgaan is opgelegd. betalen. Ook moet de supermarkt het loon dat de man van het uitzendbureau heeft gekregen, aanvullen tot het loon waarop hij als vaste medewerker recht heeft.