Den Haag|

Besluit om man toegang Schengengebied te ontzeggen blijft in stand

De man die op 3 november 2022 de toegang tot het Schengengebied is ontzegd vanwege mogelijke dreiging van de openbare orde, mag nog steeds Nederland en andere Schengenlanden niet in. Dat volgt uit een uitspraak van de bestuursrechter in Den Haag. De man had verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij onder meer rond kerst Nederland kon bezoeken, maar de rechtbank wijst dit af. 

Ontzegging Schengengebied

De man woont in het Verenigd Koninkrijk en werd op 3 november 2022 voor de duur van twee jaar de toegang tot het Schengengebied ontzegd. In een rechtszaak die daarop volgde, liet de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt., zittingsplaats Haarlem, dit besluit in stand. Daarop is de man in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. gegaan bij de Raad van StateHoogste adviescollege van de staat dat adviseert over alle wetsontwerpen en algemene maatregelen van bestuur; de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist in hoogste instantie in geschillen over besluiten van overheidsorganen., de hoogste bestuursrechter. In februari 2025 staat de behandeling van dat hoger beroep gepland. Op 1 november 2024 heeft de Staat de beslissing om de man de toegang tot het Schengengebied te ontzeggen met twee jaar verlengd.

In deze procedure vraagt de man een voorlopige voorzieningEen voorlopige beslissing in spoedeisende zaken die gezien kan worden als tijdelijke regeling tot de eindbeslissing er is. te treffen zodat het besluit om het Schengengebied niet in te mogen wordt opgeschort. Hij vindt de verlenging voor twee jaar opnieuw een disproportionele schending van zijn fundamentele vrijheidsrechten. Het besluit is volgens hem in strijd met wet- en regelgeving. Ook dit jaar doorkruist de signalering de reisplannen van verzoeker, waaronder een bezoek tijdens de kerstdagen aan zijn schoonouders in Nederland, stelt hij. 

Oordeel rechter

De rechter stelt vast dat het besluit van de Staat om de man tot het Schengengebied te ontzeggen, op dit moment voorligt bij de hoogste bestuursrechter. De behandeling moet nog plaatsvinden. Uit de uitspraak van de meervoudige kamerEen kamer van een gerecht, bestaande uit ten minste drie rechters. De meervoudige kamer beslist over zware of ingewikkelde zaken. In hoger beroep worden de zaken veelal door een meervoudige kamer behandeld. in Haarlem blijkt in ieder geval dat het eerdere besluit van de Staat niet duidelijk onrechtmatig is, zo oordeelt de rechter. Omdat de omstandigheden verder niet zijn gewijzigd, is ook de verlenging met 2 jaar niet duidelijk onrechtmatig. De rechter oordeelt dat deze procedure om een voorlopige voorziening zich niet leent voor een verdergaand oordeel over de rechtmatigheid van het besluit van de Staat.

De rechter weegt de belangen van de man en van de Staat tegenover elkaar af. Het belang van de man is om – al voordat de bodemprocedureTerm die gebruikt wordt voor een normale, uitgebreide procedure bij de rechtbank, in vergelijking met het kort geding (voorlopige voorziening). is afgerond – naar Nederland en de overige Schengenlanden te kunnen reizen en met name om rond de kerstdagen zijn schoonouders te kunnen bezoeken. Tegenover dit belang staat het belang van de Staat bij het voorkomen van mogelijke dreigingen voor de openbare orde. De rechter oordeelt dat het belang van de man onvoldoende zwaarwegend is. Hij kan namelijk ook contact onderhouden met zijn schoonouders op een andere wijze en zijn schoonouders kunnen ook naar Verenigd Koninkrijk komen.

De rechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.