Den Haag|

Celstraf na verkrachting slachtoffer in Koudekerk aan den Rijn

De rechtbank Den Haag heeft een 37-jarige man veroordeeld voor het verkrachten van een destijds 19-jarig slachtoffer. Dat gebeurde op 30 juni 2024 in Koudekerk aan den Rijn. Het slachtoffer was in de veronderstelling dat de verdachte een taxichauffeur was die haar na een avond uit thuis zou brengen. De rechtbank oordeelt dat de verdachte op berekenende wijze misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat het slachtoffer in hem stelde. Hij krijgt een celstraf opgelegd van 18 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk.

Verkrachting

Op de bewuste avond vierde het slachtoffer samen met haar vrienden haar negentiende verjaardag in de binnenstad van Leiden. De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en het slachtoffer hebben elkaar op enig moment in de nacht ontmoet en na een kort gesprek gaf de verdachte zijn telefoonnummer aan haar. Het slachtoffer dacht dat de verdachte een taxichauffeur was. Op een later moment in de avond belde ze hem om haar naar huis te brengen. Onderweg is de verdachte in een doodlopende straat gestopt en heeft hij haar gezoend en ging met zijn hand in haar broek.

De verklaringen van het slachtoffer en de verdachte over wat er in de auto is gebeurd en of het slachtoffer toestemming heeft gegeven, staan lijnrecht tegenover elkaar. Volgens het slachtoffer heeft de verdachte haar gezoend en gevingerd. Ze durfde zich niet te verzetten, voelde zich gevangen en was te bang om iets te doen, verklaarde ze. Wel gaf ze aan naar huis te willen. Volgens de verdachte ging het slechts om zoenen en strelen en is dit vrijwillig gebeurd.

Steunbewijs

In veel zedenzaken zijn twee personen aanwezig bij seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader(Mede)pleger van een strafbaar feit of degene die het feit heeft uitgelokt.. Om een feit als verkrachting te kunnen bewijzen, moet er sprake zijn van bijkomend bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. dat aan de verklaring van een slachtoffer voldoende steun biedt: zogenoemd steunbewijs.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt de verklaringen van het slachtoffer in deze zaak betrouwbaar en bovendien zijn er drie bewijsmiddelenMiddelen die de rechter overtuigen dat een verdachte schuldig is. De rechter gebruikt deze bij de motivering van het vonnis. Een andere term voor 'bewijsmiddelen' is 'bewijsmateriaal'. die de verklaringen van het slachtoffer ondersteunen. Ten eerste is het DNA van de verdachte aangetroffen op de lippen van het slachtoffer en op haar schaamstreek. Ten tweede trof een toevallige passant het slachtoffer in emotionele toestand aan direct na het incident. Ze zat huilend en zeer overstuur op een bankje te bellen met haar vrienden. Ten derde heeft het slachtoffer tijdens het incident chatberichten gestuurd naar een vriendin met wie ze die avond uit was. Ze schreef onder meer dat de verdachte haar wilde zoenen en seks probeerde te hebben en uit de berichten blijkt dat ze daar niet van gediend was.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van het slachtoffer door haar in de auto zonder haar toestemming te zoenen, haar borsten te betasten, met zijn hand in haar broek te gaan en haar te vingeren. De handelingen van de verdachte waren onverhoeds en onverwacht. Uit niets blijkt dat de verdachte zou hebben mogen aannemen dat het gewenst was wat hij deed. Het slachtoffer bevond zich naar eigen zeggen in shocktoestand. Ook door het fysieke en leeftijdsgebonden overwicht van de verdachte op het slachtoffer was zij niet in staat om zich tegen hem te verzetten. Daar kwam bij dat het slachtoffer minder goed in staat was om voor zichzelf op te komen, omdat ze onder invloed was van alcohol. Bovendien bevond zij zich midden in de nacht in zijn auto, op een door hem bepaalde afgelegen plek en was zij daardoor ook nog afhankelijk van hem om thuis te komen. Door zo te handelen heeft de verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke, psychische en seksuele integriteit van het slachtoffer. De verkrachting heeft veel impact op haar.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij op geen enkele manier verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen. Hij blijft ontkennen dat hij het slachtoffer heeft gevingerd en blijft volhouden dat alles met wederzijdse instemming is gebeurd. In gesprek met de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. zegt de verdachte bovendien dat het slachtoffer hem had moeten tegenhouden als ze de handelingen niet had gewild. De verdachte miskent op die manier het bestaan van veelvoorkomende angstreacties bij slachtoffers van verkrachtingen, zoals bevriezen of ‘pleasen’ ter voorkoming van erger.

De rechtbank vindt een celstraf van 18 maanden passend en geboden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk. Daaraan verbindt de rechtbank de voorwaarde dat de verdachte zich moet laten behandelen door een zorgverlener. Dit moet de verdachte ervan weerhouden opnieuw de fout in te gaan.