Celstraf voor oplichting door man achter ‘Buitenparlementaire Onderzoekscommissie’ naar coronabeleid

De man was de oprichter en bestuurder van wat hij de ‘Buiten Parlementaire Onderzoekscommissie 2020’ (BPOC2020) noemde. Hij beheerde de website van de BPOC2020 en ook die van ‘doezelfnormaal.nl’. Beide websites gingen over de coronapandemie en waren kritisch over het coronabeleid van de overheid. De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. – die zich doctorandus noemde – vermeldde op de website van de BPOC2020 dat er verklaringen waren afgenomen van tachtig agenten over politiegeweld bij demonstraties. Een notaris zou de identiteit van de agenten hebben gecontroleerd, en video-opnames van die verklaringen in een kluis hebben bewaard. Op de website van doezelfnormaal.nl was te lezen dat er aangifte was gedaan tegen de premier en twee ministers.
Via de websites was het mogelijk om geld te doneren. In tweeënhalf jaar tijd hebben duizenden mensen geld gedoneerd, of een ‘tussenrapport’ gekocht waarin de verklaringen van de agenten te lezen waren.
Verzonnen verklaringen
In werkelijkheid zijn de verklaringen van de agenten nooit afgelegd, maar waren ze verzonnen door de verdachte. De akteOndertekend geschrift dat als bewijs kan dienen. van de notaris was vervalst, en van aangifte tegen de ministers was geen sprake. De verdachte deed zich ten onrechte voor als doctorandus, en wekte vertrouwen door te zeggen dat de organisatie door vrijwilligers en onbetaalde bestuurders werd gerund. Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. heeft de verdachte op die manier een ‘samenweefsel van verdichtsels gewoven’. Samen met zijn dochter heeft hij een onjuiste voorstelling van zaken gegeven met als doel om misbruik te maken van mensen die vertrouwden op wat er op de websites stond, en die ter goeder trouw geld doneerden of het tussenrapport met de verzonnen verklaringen kochten.
Privé uitgaven
Driekwart van het geld dat de verdachte van zijn donateurs ontving is besteed aan privé-uitgaven. De verdachte gaf het geld uit aan vakanties in Aruba, Duitsland, Oostenrijk en Zweden, soms samen met zijn vrouw en dochter. Ook maakte hij geld over aan zijn dochter en zoon, en loste hij zijn schulden af. De rechtbank kan niet nauwkeurig vaststellen om hoeveel geld het precies is gegaan, maar wel dat het om grote bedragen ging: de donaties beliepen honderdduizenden euro’s.
Toegegeven
Aanvankelijk had de verdachte de oplichting en de vervalsing toegeven, maar op zitting kwam hij daarop terug en zei hij dat hij tijdens zijn politieverhoor onder druk was gezet. De rechtbank gaat daar niet in mee. De rechtbank gaat ervan uit dat de verdachte bij de politie naar waarheid heeft verklaard, des te meer omdat hij later – bij andere rechters en in aanwezigheid van zijn toenmalige advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. – zijn verklaringen heeft herhaald en bevestigd.
Vertrouwen geschaad
De rechtbank noemt het handelen van de verdachte ‘een grote leugen’ en neemt het hem kwalijk dat hij het vertrouwen van de individuele donateurs heeft beschaamd. De verdachte is volgens de rechtbank alleen uit geweest op zijn eigen financieel gewin en aanzien, en heeft zich een levensstijl aangemeten die hij zich anders niet kon veroorloven. Dat heeft hij gedaan op kosten van mensen die hem vertrouwden en die ervan uitgingen dat hun bijdragen daadwerkelijk werden gebruikt om kritisch onderzoek te doen naar het doen en laten van de overheid.
Misbruik
De rechtbank vindt dat des te kwalijker, omdat de oplichting zich afspeelde in de coronaperiode die werd gekenmerkt door onzekerheid en zorgen in de samenleving, en door zeer ingrijpende en soms controversiële maatregelen, dwingend opgelegd door de overheid. Er was toen ook kritiek op die maatregelen en wantrouwen jegens de overheid. Door op de websites termen te gebruiken als ‘de leugen regeert’ en ‘wie profiteert van dit beleid?’, heeft de verdachte ingespeeld op de onzekerheid en het wantrouwen dat sommigen in de samenleving voelden, en misbruik gemaakt van dit sentiment.
Ook het vervalsen van de notariële akte rekent de rechtbank de verdachte aan. Mensen moeten op de juistheid en echtheid van een akte van een notaris kunnen vertrouwen. Door het frauduleus handelen van de verdachte is dat vertrouwen geschaad.
Oordeel
De straf die de rechtbank heeft opgelegd is anders dan de 15 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf die de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. had geëist. De rechtbank wil met de straf van 18 maanden uitdrukken hoe ernstig het is wat de verdachte heeft gedaan. Met de zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wil de rechtbank voorkomen dat de verdachte zich opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit. Hij heeft een proeftijd gekregen van twee jaar en mag gedurende die tijd onder andere niet aan fondsenwerving doen.
De verdachte had op de zitting op 13 januari 2026 gevraagd om uitstel van zijn zaak, zodat hij een advocaat in de arm kon nemen. De rechtbank heeft dat uitstel niet verleend. De rechtbank had verdachte al op eerdere zittingen – in januari en mei 2025 – op het hart gedrukt een advocaat te zoeken, maar de verdachte had er destijds nadrukkelijk voor gekozen om zijn eigen verdediging te voeren. Bovendien lijkt het erop dat het de verdachte erom te doen was de strafzaak te frustreren: zo had hij eerder wrakingsverzoeken ingediend en steeds weer om aanvullend onderzoek gevraagd. De rechtbank vond het belangrijk dat de strafzaak nu werd afgerond.
De officier van justitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. had ook geëist dat de verdachte een bedrag van ruim € 314.000 terug moet betalen. De rechtbank doet daarover op 24 februari 2026 uitspraak.