Den Haag|

Celstraf voor seksueel misbruik dochter en kleindochter

De rechtbank in Den Haag heeft vandaag een 73-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, voor seksueel misbruik van zijn dochter en kleindochter. Het misbruik van de kleindochter begon in 2019, toen zij vijf jaar was en duurde drie jaar. Het misbruik van de dochter begon in 1997, zij was toen acht, en duurde tot 2003.  



Alsnog aangifte dochter

De dochter heeft destijds geen aangifte gedaan, wel heeft zij haar ouders ermee geconfronteerd en er is lange tijd geen contact geweest. Voor het contact met de kleindochter waren afspraken gemaakt waardoor de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. niet alleen zou zijn met het kind. Na de ontdekking van het seksueel misbruik van haar dochter, heeft zij alsnog aangifte gedaan van haar eigen misbruik. De man werd verdacht van het betasten van zijn kleindochter en van verregaande seksuele handelingen en geslachtsgemeenschap met zijn dochter. Hij heeft bekend zijn dochter en kleindochter te hebben betast, maar ontkent verdere seksuele handelingen te hebben gepleegd met zijn dochter. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. ziet ten aanzien van beiden voldoende bewijs in het dossier voor alle aan hem ten laste gelegde seksuele handelingen. 


Verminderd toerekeningsvatbaar

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de man, zoals blijkt uit rapportage van de psycholoog. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, te weten het generatieoverstijgend seksueel misbruik en zijn gebrek aan probleembesef en inzicht. Hij heeft nauwelijks inzicht in de gevolgen van zijn handelen en ziet zichzelf ook als slachtoffer. Zo begrijpt hij ook niet dat zijn dochter alsnog aangifte heeft gedaan omdat het binnen de familie 'vergeven en vergeten' zou zijn. De rechtbank vindt het daarom noodzakelijk om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden. Zo mag hij geen contact zoeken met minderjarigen. Daarnaast heeft de rechtbank de man veroordeeld tot het betalen van het gevraagde smartengeld, 15.000 euro voor zijn dochter en 5.000 euro voor zijn kleindochter.