Besluiten van Gedeputeerde Staten in zaak Chemours gedeeltelijk vernietigd
Aangescherpte vergunning voor Chemours
Chemours heeft in Dordrecht meerdere chemische fabrieken. Bij de productieprocessen komen stoffen vrij die schadelijk zijn voor het milieu. Voor deze activiteiten heeft Chemours een vergunning. Deze moet volgens het college worden aangescherpt, omdat er nieuwe technieken bestaan waarmee de uitstoot van schadelijke stoffen kan worden beperkt. Daarnaast is volgens het college van een aantal stoffen die Chemours uitstoot, duidelijk geworden dat zij schadelijker zijn voor het milieu dan eerder werd aangenomen. Het college heeft deze stoffen daarom gelijk gesteld met zogenoemde Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Voor het uitstoten van ZZS gelden strenge regels, die volgens het college ook zouden moeten gelden voor stoffen die met ZZS gelijk te stellen zijn. Verder heeft het college diverse verplichtingen opgelegd aan Chemours die betrekking hebben op afvalstoffen en het monitoren en registreren van haar uitstoot.
Niet aan voorwaarden voor aanscherping vergunning voldaan
De voorschriften van een omgevingsvergunning mogen worden aangescherpt als wordt voldaan aan een aantal voorwaarden uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat in dit geval niet aan al deze voorwaarden is voldaan. De nieuwe technieken waarmee de uitstoot van schadelijke stoffen volgens het college kan worden beperkt, zijn naar het oordeel van de rechtbank niet de beste beschikbare technieken. Of deze technieken in de praktijk zullen werken en of zij door Chemours kunnen worden toegepast, moet nog verder worden onderzocht. Dat betekent dat nu nog niet duidelijk is of er inderdaad nieuwe technieken beschikbaar zijn waarmee Chemours haar uitstoot zoveel kan verlagen als het college wenst.
Onderzoek nodig, risico-evaluatie ontbreekt
De rechtbank is verder van oordeel dat het college een aantal stoffen die Chemours uitstoot, niet zonder meer mocht gelijkstellen met ZZS. De betrokken stoffen voldoen niet aan de juridische definitie van ZZS. De rechtbank begrijpt dat het college de uitstoot van schadelijke stoffen zoveel mogelijk wil beperken. Dat betekent echter niet dat stoffen die niet aan de definitie van ZZS voldoen, uit voorzorg zonder meer met ZZS gelijkgesteld mogen worden. Als het college dat wil doen, dan zal het voor deze stoffen eerst goed moeten onderzoeken welke gevolgen deze stoffen voor het milieu hebben en welke maatregelen nodig zijn om het gewenste beschermingsniveau te bereiken. Deze zogenoemde risico-evaluatie ontbreekt in dit geval.
Te strenge voorschriften
Tot slot heeft het college een aantal voorschriften gesteld die strenger zijn dan de geldende regelgeving. De rechtbank vindt dat het college die keuze niet voldoende heeft gemotiveerd. Ook is bij een aantal voorschriften niet voldoende duidelijk geworden waarom deze nodig zijn om het milieu te beschermen. Dit betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarden om de vergunning van Chemours aan te scherpen en voor het stellen van de strenge eisen om de uitstoot verder terug te dringen.
Oude vergunning blijft van kracht
De uitspraak van de rechtbank heeft onder meer tot gevolg dat een deel van de nieuwe vergunningvoorschriften wordt vernietigd. In plaats van deze voorschriften blijven de voorschriften van de oude vergunning van kracht.