De bestuursrechter mag geen inhoudelijk oordeel geven over het weigeren van drie verzoeken tot consulaire bijstand bij vertrek uit Gaza

Consulaire hulp
De drie personen bevinden zich op dit moment in Gaza en hebben afzonderlijk van elkaar in oktober en november 2025 bij de IND een aanvraag ingediend om voor studie of wetenschappelijk onderzoek in Nederland te mogen verblijven. De IND stemde daarmee in en gaf aan dat de drie hun tijdelijke verblijfspapieren via de Nederlandse ambassade in Jordanië konden ophalen. Enkele weken daarna hebben de drie personen om consulaire bijstand verzocht bij het verlaten van Gaza omdat ze daar gelet op de huidige situatie niet zelfstandig toe in staat waren. Dit verzoek is door de minister afgewezen omdat de drie personen niet behoren tot een van de drie groepen die voor consulaire bijstand bij het verlaten van Gaza in aanmerking komen. Nadat de drie tegen die afwijzing zijn opgekomen, is hun bezwaarProtest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard omdat dit geen besluit is waar je formeel bezwaar tegen kunt maken.
De drie personen vinden het onterecht dat hun verzoek door de minister niet inhoudelijk is beoordeeld. Zij zeggen dat het wel een besluit is waartegen bezwaar kan worden gemaakt, onder meer omdat hier sprake is van een zeer bijzonder geval. In dat kader wijzen zij onder meer op het feit dat in het verleden in vergelijkbare situaties de minister wél consulaire bijstand heeft verleend bij het verlaten van Gaza.
Oordeel rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt.
De rechter stelt voorop dat de situatie in Gaza nog altijd schrijnend is, ook na het sluiten van een akkoord over een staakt-het-vuren. Aanvallen en bombardementen, waarbij ook de nodige burgerslachtoffers vallen, zijn nog steeds aan de orde van de dag. Ook is er nog altijd een gebrek aan voedsel en andere noodzakelijke (medische) voorzieningen. Daarbij is de grensovergang nog altijd niet voor iedereen geopend waardoor het allerminst zeker is dat de personen op tijd hun tijdelijke verblijfspapieren kunnen ophalen bij de ambassade in Jordanië. De rechter oordeelt dan ook dat de drie personen een spoedeisend belang hebben bij deze zaak.
In de Nederlandse wet is echter geen juridisch afdwingbaar recht op consulaire bescherming opgenomen. Gezien de uiteenlopende omstandigheden in het buitenland, heeft de minister veel vrijheid bij het bepalen van de vorm en mate waarin consulaire bescherming wordt geboden. De afwijzing van de verzoeken van de drie personen is daarom in beginsel geen besluit waartegen bezwaar kan worden aangetekend. Dat de minister in augustus en september 2025 in totaal 22 Gazanen waaronder ook personen in het kader van studie en wetenschappelijk onderzoek heeft geholpen met vertrek naar Nederland, maakt dat niet anders. De minister heeft benadrukt dat deze verleende hulp een geste was om reden van een zeer schrijnende veiligheids- en humanitaire situatie in de Gazastrook. Dat er nu nog steeds sprake is van een schrijnende humanitaire situatie, betekent niet dat nu dezelfde hulp moet worden geboden. De minister heeft immers ruime mogelijkheden om af te wegen of consulaire hulp wordt ingezet en op welke manier. Ook heeft de minister geen uitlatingen gedaan waaruit kan worden afgeleid dat hij personen met een tijdelijke verblijfsvergunning met als verblijfsdoel studie of wetenschappelijk onderzoek moet helpen bij het verlaten van Gaza.
Alles afwegende oordeelt de rechter dat de minister de bezwaren van de drie personen terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Als de drie personen het niet eens zijn met de afwijzing van hun verzoeken en ze de wijze waarop de minister omgaat met de mogelijkheid om consulaire bijstand te verlenen onzorgvuldig vinden, kunnen ze zich wenden tot de civiele rechter.