Man veroordeeld voor poging doodslag in woning slachtoffer Den Haag

Incident
De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft op de dag van het delict het slachtoffer bezocht in zijn woning. Waarom hij dit deed en wat er precies is gebeurd voorafgaand aan het steken en slaan door de verdachte, kan de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. niet vaststellen. De verdachte en het slachtoffer hebben daar verschillende verklaringen over afgelegd. Er zijn geen ooggetuigen of camerabeelden van het incident.
Volgens de verdachte bezocht hij het slachtoffer omdat hij voor zijn verjaardag op de pof verdovende middelen wilde kopen. Het slachtoffer wist dat de verdachte in het Vreemdelingenlegioen had gezeten en vroeg aan de verdachte of hij voor hem een klusje wilde doen. De verdachte dacht dat hij dan bij iemand geld zou moeten halen, of iemand pijn zou moeten doen. Toen hij dit weigerde, liep het slachtoffer naar de keuken en kwam hij terug met een mes en dreigde hij zijn vriendin en kind wat aan te doen. De verdachte is in paniek naar de keuken gerend en heeft hij een mes uit de la gepakt. Dit mondde erin uit dat hij het slachtoffer meerdere malen heeft gestoken en met een waterpomptang heeft geslagen. Hij deed dit volgens hem uit zogenoemd noodweerHet plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit.: hij moest zichzelf beschermen tegen het slachtoffer.
Het slachtoffer heeft op de dag van het delictStrafbaar feit. tegenover agenten verklaard dat hij door een onbekend persoon was overvallen en dat hij niet wist wie de dader was. Een ruime week later legde hij een andere verklaring af. In zijn eerste verklaring had hij gelogen omdat hij bang was voor de verdachte, zei hij. Nu verklaarde hij dat hij de voordeur opendeed voor de verdachte, die hij al een jaar niet had gezien, en dat ze samen naar de keuken zijn gelopen. Ineens voelde hij een harde klap van achteren op zijn hoofd. Hij viel, waarna hij werd getrapt en onder meer in zijn nek werd gestoken.
Uit forensisch onderzoek dat in de woning van het slachtoffer is gedaan, blijkt dat de verklaring van het slachtoffer meer waarschijnlijk is dat de verklaring van de verdachte.
Oordeel rechtbank
De rechtbank komt tot de conclusie dat de door de verdachte beschreven aanleiding voor het steken van het slachtoffer niet aannemelijk is. Daarbij is van belang dat er geen mes op de grond is aangetroffen en dat het mes waarmee de verdachte denkt te zijn aangevallen zonder enig bloedspoor is aangetroffen in de keukenlade onder ander keukengerei, terwijl het slachtoffer van top tot teen onder het bloed zat. Daar komt bij dat bij het slachtoffer sprake was van ernstig letsel terwijl de verdachte geen enkel letsel had. Dit past goed bij de verklaring van het slachtoffer en minder bij het door de verdachte geschetste scenario. De rechtbank oordeelt dan ook dat er geen sprake is geweest van noodweer.
De rechtbank oordeelt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord.. Dit alles heeft zich afgespeeld in de woning van het slachtoffer, de plek waar hij zich bij uitstek veilig hoort te voelen. De telefoon van het slachtoffer is door de verdachte bewust kapot geslagen, zodat hij anderen niet kon inlichten. De verdachte heeft het slachtoffer aan zijn lot overgelaten. Als het slachtoffer geen tweede telefoon had gehad, had hij de hulpdiensten niet kunnen bellen en had het heel anders voor hem kunnen aflopen.
De rechtbank vindt een celstraf van 4 jaar passend en geboden, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Daaraan verbindt de rechtbank diverse voorwaarden. Zo moet de verdachte zich laten behandelen en moet hij meewerken aan controle van het gebruik van alcohol en drugs. Ook mag hij vijf jaar geen contact opnemen met het slachtoffer en moet hij hem een schadevergoeding betalen van ruim 16.000 euro.