Minister niet verplicht om verzoek tot strafoverdracht te ondersteunen

Uitgaan van juistheid veroordeling
De rechter moet ervan uitgaan dat eiserDegene die een civiele dagvaardingsprocedure of een bestuursrechtelijke procedure begint. in de VS terecht is veroordeeld. De vraag of eiser wel of niet schuldig is aan de moorden kan in dit geding dus geen rol spelen. De rechter wijst er daarbij op dat eiser in de VS in een herzieningsprocedure opnieuw is veroordeeld voor de moorden en dezelfde straf heeft gekregen als in de eerste procedure die wegens fouten moest worden herzien. Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat er bij die nieuwe veroordeling iets mis is gegaan of dat die verband houdt met gebreken in de consulaire bijstand vanuit Nederland.
Geen binding met Nederland
De minister baseert zijn weigering om mee te werken aan strafoverdracht op het Beleidskader. Daarin staat dat een vereiste voor strafoverdracht is dat de veroordeelde binding met Nederland moet hebben. Eiser woonde tijdens zijn arrestatie al dertien jaar in de VS met zijn gezin en van concrete plannen om in die tijd naar Nederland te verhuizen is niet gebleken. De minister heeft volgens de rechter in redelijkheid kunnen beslissen dat eiser geen binding heeft met Nederland. Daarom is niet voldaan aan de eisen van het Beleidskader.
Geen reden om van beleid af te wijken
Ook als Nederland fouten zou hebben gemaakt in de consulaire bijstand (wat overigens niet vast staat) wil dat nog niet zeggen dat de Staat daarom nu moet meewerken aan strafoverdracht. De minister heeft volgens de rechter ook kunnen beslissen dat de door eiser aangevoerde humanitaire gronden niet tot die conclusie kunnen leiden.