Den Haag|

Negen jaar gevangenisstraf voor doodsteken partner

De rechtbank in Den Haag heeft vandaag aan een 32-jarige Poolse vrouw een gevangenisstraf van negen jaar opgelegd voor het doodsteken van haar partner. Op 19 februari 2019 trof de politie in de Haagse woning van de vrouw het levenloze lichaam aan van haar eveneens Poolse vriend. Het slachtoffer bleek met een mes in de borst te zijn gestoken.

​Verklaringen

Volgens de vrouw had het slachtoffer haar bij een heftige ruzie met het hoofd tegen de muur gebonkt, waarna zij in de keuken naar een mes had gegrepen. Later verklaarde ze dat hij op haar af was gekomen en zelf in het mes was gelopen.  De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt echter op grond van haar eerste verklaringen en telefoongesprekken die zij kort na de ruzie met twee getuigen heeft gevoerd, bewezen dat zij de man met het mes heeft gestoken. In die verklaringen en telefoongesprekken heeft zij het er niet over gehad dat haar partner zelf in het mes was gelopen. De rechtbank vindt het moeilijk voorstelbaar dat zij dit niet meteen zou hebben verklaard. Bovendien heeft ze bij haar verhoren laten zien dat zij met een mes een stekende beweging in de richting van het slachtoffer had gemaakt.

Beroep op noodweer en noodweerexces

Op de zitting heeft de vrouw een beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. op noodweerHet plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit. gedaan. De rechtbank neemt aan dat er tegen haar geweld is gepleegd en vindt dat zij zich mocht verdedigen maar dat rechtvaardigt niet dat zij haar partner met een mes in de borst stak. Ook wijzen de verklaringen van de vrouw er niet op dat zij als gevolg van een hevige gemoedsbeweging heeft gestoken en er daarom sprake is geweest van noodweerexcesAls iemand de grens overschrijdt van de noodzakelijke verdediging (noodweer), bijvoorbeeld omdat hij in paniek raakt, kan sprake zijn van noodweerexces. De dader is dan niet strafbaar..

Volledig toerekeningsvatbaar

De rechtbank rekent het de vrouw aan dat zij de ruzie, in het bijzijn van haar zoontje, telkens heeft voortgezet en zij niet direct de hulpdiensten heeft ingeschakeld. Hoewel er bij de vrouw een stoornis in het gebruik van cannabis en alcohol is vastgesteld, is niet gebleken dat deze stoornis van invloed is geweest op het delictStrafbaar feit.. De vrouw wordt daarom volledig toerekeningsvatbaar geacht.  Zij heeft een groot en onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden. Ook voor de samenleving is dit feit schokkend. Rekening houdend met straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd, heeft de rechtbank de vrouw veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar. Aan de moeder van het slachtoffer is een vergoeding voor affectieschade toegekend.