Politieagent vrijgesproken van mishandeling en meineed

Achtergrond
Op 1 mei 2014 vond er een woordenwisseling plaats in het uitgaansgebied aan de Laan in Den Haag. Er waren drie politieagenten aanwezig onder wie de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld., dienstdoende als motoragent. Op enig moment besloten de agenten een man aan te houden omdat hij niet voldeed aan de identificatieplicht. Op camerabeelden van het incident is te zien dat de man zich hevig verzette tegen zijn aanhouding. De motoragent heeft daarom geweld tegen de man gebruikt, waaronder duwen, slaan en het gebruik van pepperspray.
Geweldgebruik door de politie
Om haar taak naar behoren te kunnen uitoefenen, moet de politie soms geweld gebruiken. Maar daaraan zitten wel grenzen. Het geweld moet in de gegeven omstandigheden noodzakelijk zijn geweest, en in een redelijke verhouding hebben gestaan tot het daarmee te dienen doel.
Geen mishandeling
Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. staat het gebruikte geweld door de agent in deze zaak in een redelijke verhouding tot het voortdurende en sterker wordende gewelddadige verzet van de arrestant en was het geweld ook nodig om dat verzet snel te kunnen breken. Daarmee is het geweldgebruik door de agent rechtmatig en is dus geen sprake van mishandeling.
Geen meineed
Enkele zinsneden van het proces-verbaal1. Schriftelijk verslag van hetgeen op rechtszittingen aan de orde is gekomen; 2. Officieel schriftelijk verslag van politieambtenaren met feiten die ze hebben waargenomen en met een verklaring die ze hebben opgetekend uit de mond van een verdachte of getuige. dat de agent van de aanhouding heeft opgemaakt, bleken naderhand feitelijk onjuist te zijn. Maar gezien de hectische omstandigheden van de aanhouding kan niet worden uitgesloten dat de agent zich bij het opstellen van dat proces-verbaal heeft vergist. De rechtbank ziet in ieder geval geen aanwijzingen dat de agent opzettelijk onjuist heeft verklaard. Daarom is geen sprake van meineed.