Den Haag|

Rechterlijk pardon door capaciteitsgebrek bij NIFP

De rechtbank in Den Haag heeft vandaag een rechterlijk pardon uitgesproken en bepaald dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd. Aan een verdachte kan geen gevangenisstraf worden opgelegd als de misdrijven die hij heeft begaan, niet aan hem kunnen worden toegerekend. Of dat in deze zaak het geval is, kan niet worden vastgesteld omdat de rapportages van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) ontbreken.

​Onvoldoende informatie over de toerekeningsvatbaarheid en behandelmogelijkheden

VerdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft familieleden mishandeld en bedreigd. Desondanks wordt hij met onmiddellijke ingang in vrijheid gesteld. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. is onvoldoende geïnformeerd over de toerekeningsvatbaarheid en behandelmogelijkheden van de verdachte. De man heeft ernstige psychische problemen en werd eerder in GGZ Rivierduinen opgenomen. Toen justitie de verdachte vast had gezet, is toegezegd dat een psycholoog en een psychiater van het NIFP zouden rapporteren. Dat is de voorgeschreven gang van zaken.

​Onacceptabele gang van zaken

Vanwege capaciteitsgebrek bij het NIFP is er niet gerapporteerd. Er zijn ook geen voorbereidingen voor een zorgmachtiging getroffen. De reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. adviseerde om een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De advocaat van de verdachte ging hiermee akkoord en heeft gevraagd om zijn cliënt langer vast te houden omdat nog onbekend is of er binnen de psychiatrische zorg een plek voor hem is. De rechtbank gaat hier niet in mee, noemt de gang van zaken onacceptabel en wijst de overheid op haar zorgplicht voor deze psychiatrische patiënt. Aan een verdachte kan geen gevangenisstraf worden opgelegd als de misdrijven die hij heeft begaan, niet aan hem kunnen worden toegerekend. Of dat in deze zaak het geval is, kan niet worden vastgesteld omdat de rapportages van het NIFP ontbreken.