Regeling verplichte PCR-test voor reizigers uit buitenland blijft in stand
Kortgedingvonnis 31 december 2020
In een onlangs gevoerd kort geding- U verlaat Rechtspraak.nl was dat nog anders. De rechter heeft de Staat toen bevolen om het mogelijk te maken dat de eisers in dat kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). zonder negatieve PCR-test naar Nederland konden terugkeren. Er ontbrak toen een deugdelijke wettelijke grondslag voor de gestelde verplichting.
Wettelijke basis
Inmiddels is de verplichting ook opgenomen in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19. Daarmee is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter nu wel een voldoende wettelijke basis voor de getroffen maatregelen.
Andere bezwaren
De rechter gaat ook voorbij aan de andere bezwaren van eisers, waaronder van de schending van hun grondrechten. De opgelegde beperking kan worden gerechtvaardigd vanuit het belang van de volksgezondheid dat de Staat, op grond van andere grondrechtelijke bepalingen, moet dienen. De rechter gaat ook niet mee in het betoog van eisers dat de PCR-test niet beschikt over de eigenschappen voor het ingezette doel en dat er is sprake van een gebrekkige en willekeurige besluitvorming. De regeling wordt dus in stand gelaten.