Staat hoeft beperkende maatregelen in verband met Covid-19 niet in te trekken

Maatregelen niet onrechtmatig
De vrijheidsbeperkende maatregelen die de Staat heeft genomen zijn volgens de voorzieningenrechter niet onrechtmatig. De Staat handelt hierbij voldoende zorgvuldig. Want vooraf wordt steeds advies van een team deskundigen verenigd in het Outbreak Management Team ingewonnen. Daarna worden de diverse belangen gewogen en maakt de Staat beleidskeuzes. Met die keuzes is niet iedereen in Nederland het eens. Er is veel (populair-) wetenschappelijke discussie over aard, ernst en aanpak van het coronavirus. Dat betekent echter niet dat de door de Staat gekozen aanpak evident onjuist is. Het gaat hierbij niet alleen om de ernst van de ziekteverschijnselen en (een schatting van) het percentage besmette mensen dat aan de ziekte zal overlijden maar ook om het risico op massale besmetting en verspreiding en als gevolg daarvan overbelasting van het zorgsysteem. De Staat komt bij zijn afweging van al deze belangen een grote mate van beoordelingsvrijheid toe. Het is niet aan de rechter in kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). om een ‘battle of experts’ te beslechten.
De door de Staat genomen maatregelen zijn ook niet disproportioneel. Er vindt geregeld evaluatie plaats. Dat heeft al aantoonbaar geleid tot versoepelingen van eerder genomen maatregelen.
Voldoende wettelijke basis
De noodverordeningen die op dit moment ten grondslag liggen aan de maatregelen bieden vooralsnog daarvoor voldoende wettelijke basis. Het wetsvoorstel voor een Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 waaraan momenteel wordt gewerkt is nog in een conceptfase. Het uiteindelijke wetsvoorstel zal het gebruikelijke wetgevingsproces moeten doorlopen. Voor rechterlijk ingrijpen is dan ook geen plaats.