Staat moet cardiologen Ruwaard schadevergoeding betalen
Negatieve publiciteit
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. is verder van oordeel dat de IGZ onrechtmatig heeft gehandeld. Bij het Regionaal Tuchtcollege en in het bijzijn van de media is zonder voorbehoud een direct verband gelegd tussen de tekortkomingen van de cardiologen om de zorg op een veilige en professionele manier te organiseren enerzijds, en het ontstaan van ernstige en onherstelbare schade aan patiënten anderzijds. De IGZ heeft dit verband niet van een degelijke onderbouwing (kunnen) voorzien. Dit leidde wel tot extra bijzonder negatieve publiciteit over de cardiologen, terwijl enkel de stelling gerechtvaardigd was dat de cardiologen door tekortkomingen onverantwoorde risico’s hebben genomen ten aanzien van de gezondheid van hun patiënten. De tekortkomingen waren- de onduidelijkheid over het hoofdbehandelaarschap, de ondermaatse dossiervoering, de ondermaatse supervisie op arts-assistenten en het niet of onvoldoende houden van complicatiebesprekingen.
Geen medewerking hervatten werkzaamheden cardiologen
De IGZ handelde ook onrechtmatig door medio maart 2013 geen medewerking te verlenen aan het hervatten van de werkzaamheden door de cardiologen in het kader van een beroepsstage. Deze stage zou plaatsvinden onder toezicht van beroepsgenoten en de Nederlandse Vereniging Voor Cardiologie (NVVC).
Schadevergoeding
De rechtbank heeft de Staat veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan de cardiologen. Deze bedraagt minder dan tien procent van de gevorderde schade. De hoogte van het bedrag is vastgesteld aan de hand van een schatting van de kans op werkhervatting door de cardiologen als de Staat niet onrechtmatig had gehandeld. Daarbij is ook gekeken naar de kans dat de raad van bestuur van het ziekenhuis akkoord zou zijn gegaan met de beroepsstage, het slagen ervan en het vervolgens verkrijgen van een mogelijkheid om weer tegen betaling cardiologische werkzaamheden uit te oefenen bij een ander ziekenhuis.
Kans op hervatting werkzaamheden niet groot
De kans op een (volledige) hervatting van deze werkzaamheden acht de rechtbank uiteindelijk niet groot. Ook zonder het onrechtmatig handelen van de Staat zouden omstandigheden zijn blijven bestaan die het voor de cardiologen lastig maakten weer aan het werk te komen. Dit geldt met name voor de negatieve publiciteit over de cardiologen die gevolgd is op het rechtmatige bevel dat de cardiologen geen zorg meer mochten verlenen in het ziekenhuis.
Verder is bij de schatting rekening gehouden met het niet aan de Staat toe te rekenen faillissement van het ziekenhuis, de gevolgen van de tuchtklachten tegen de cardiologen en de impact van de conclusies uit de rapportages van het bureau Medirede, de NVVC en de commissie Danner.