Den Haag|

Strafzaak tegen plaatsvervangend hoofdofficier van justitie ten einde

De rechtbank in Den Haag heeft vandaag de 46-jarige voormalig plaatsvervangend hoofdofficier van justitie van het functioneel parket buiten vervolging gesteld. Hij werd verdacht van het tegen betaling hebben van seksuele contacten met een 16-jarige jongen.

De zaak was in behandeling bij twee officieren van justitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. van het Amsterdamse parket. Omdat de genoemde hoofdofficier van justitie en deze officieren werkzaam waren in hetzelfde arrondissementRechtsgebied. Nederland is verdeeld in elf arrondissementen. heeft de  Hoge Raad de zaak verwezen naar de rechtbank Den Haag. Daarbij heeft de Hoge Raad uitdrukkelijk bepaald dat ook de vervolging verder door officieren van justitie van het Haagse parket moest plaatsvinden. Dit om te zorgen voor een onpartijdige vervolging en berechting van de verdachte.

Het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. heeft echter geen andere officieren van justitie ingezet, maar er voor gekozen de officieren uit Amsterdam de zaak in Den Haag te laten behandelen, als plaatsvervangend officieren in Den Haag. Zij hebben dan ook de dagvaarding opgesteld.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt die handelwijze van het openbaar ministerie in strijd met het wettelijk systeem en met de beslissing van de Hoge RaadHoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast.. Een officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. die wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit moet worden vervolgd op zo’n manier dat de schijn van bevoordeling of benadeling van hem wordt vermeden. Dat is hier nu niet gebeurd. 

Het gevolg daarvan is dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is geworden in de strafvervolging. Uit de wet vloeit voort dat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. dan niet meer mag worden vervolgd voor deze feiten. Anders dan het openbaar ministerie heeft betoogd, is geen sprake van een situatie waarin deze fout nog herstelbaar is. Daarom komt de strafzaak tegen de verdachte met deze beslissing van de rechtbank tot een einde. Het openbaar ministerie kan tegen die beslissing in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. gaan.