UWV krijgt geen langere beslistermijn in beroepsprocedures over niet tijdig beslissen

Den Haag|
Uitkeringsinstantie UWV krijgt in beroepen tegen het uitblijven van beslissingen waarin een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, niet langer de tijd om een beslissing te nemen. Dat volgt uit vier uitspraken van de rechtbank Den Haag. Het UWV heeft sinds januari 2026 de werkwijze aangepast waardoor betrokkenen bij verzoeken om herbeoordeling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en medische bezwaarzaken langer moeten wachten op een beslissing. De rechtbank vindt in deze gevallen een maximum beslistermijn van negen weken na de uitspraak van de bestuursrechter op een beroep tegen het niet tijdig beslissen, nog steeds passend. Deze termijn wordt daarom niet verlengd.

De procedure

Een Het opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. bij niet tijdig beslissen is een juridische procedure die iemand kan starten wanneer het UWV na een aanvraag of Protest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. de wettelijk vastgestelde periode om te beslissen heeft overschreden. De betrokkene vraagt de rechter hiermee om het UWV te dwingen alsnog snel een besluit te nemen. Eerst moet de betrokkene het UWV schriftelijk in gebreke stellen en een extra termijn van maximaal twee weken geven om alsnog te beslissen. Als het UWV niet binnen die extra termijn beslist, staat de weg naar de rechter open. De rechter zal dan bepalen of het UWV alsnog moet beslissen en binnen welke termijn dit moet gebeuren. Om ervoor te zorgen dat het UWV alsnog beslist, zal de rechter meestal een Bedrag dat iemand moet betalen als hij niet voldoet aan een verplichting die hem door de rechter is opgelegd. In het bestuursrecht is het een bedrag dat iemand moet betalen als niet voldaan wordt aan de last die door een bestuursorgaan is opgelegd. opleggen.

Artsentekort UWV

Al langere tijd kampt het UWV met een tekort aan verzekeringsartsen, terwijl het aantal aanvragen om uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid stijgt. De achterstanden lopen hierdoor op en het UWV kan deze niet inhalen. Dat heeft tot gevolg dat het UWV steeds vaker niet tijdig beslist in zaken waarin een beoordeling door een verzekeringsarts nodig is.

Tot 1 januari 2026 gaf de uitkeringsinstantie voorrang aan dossiers waarin aanvragers een rechtstreeks beroep bij de Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. hadden ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen. Dit had tot gevolg dat aanvragers die geen beroep hadden ingesteld, langer moesten wachten op een besluit. Sinds 1 januari 2026 is deze werkwijze veranderd: er wordt geen voorrang meer gegeven aan dossiers waarin een rechtstreeks beroep is ingesteld wegens het niet tijdig beslissen. Zo wil het Uwv ervoor zorgen dat aanvragers die geen beroep hebben ingesteld, niet langer hoeven te wachten op een besluit dan degenen die dat wel doen.

Het UWV zegt dat deze nieuwe werkwijze er wel toe leidt dat sommige aanvragers nog langer moeten wachten op een besluit dan voorheen. Dat gaat dan vooral om dossiers waarbij werkgevers een verzoek tot herbeoordeling van een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben gedaan en - in mindere mate - dossiers waarin belanghebbenden bezwaar hebben gemaakt tegen de medische beoordeling.

Oordeel rechtbank

In eerdere uitspraken van 31 maart 2025 (zie hier- U verlaat Rechtspraak.nl en hier- U verlaat Rechtspraak.nl) heeft de rechtbank Den Haag bepaald dat in zaken waarin het gaat om het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, er sprake is van een bijzonder geval. De rechtbank heeft in die uitspraken bepaald dat het UWV binnen zes weken na de uitspraakdatum een medische beoordeling door een verzekeringsarts moet laten verrichten en dat het binnen maximaal negen weken een besluit bekend moet maken. Bij het bepalen van deze beslistermijn heeft de rechtbank al rekening gehouden met het artsentekort bij het UWV.

In de vier uitspraken van 13 mei 2026 concludeert de rechtbank dat de beslistermijn van negen weken nog steeds passend is. Het UWV heeft immers zelf de weloverwogen keuze gemaakt om de nieuwe werkwijze in te voeren. De rechtbank vindt dat dit tot gevolg heeft dat het UWV zich ook bij de financiƫle gevolgen heeft neergelegd als er een dwangsom moet worden betaald omdat de termijn die de rechtbank in haar uitspraak stelt, niet wordt gehaald.