Verdachte vrijgesproken van betrokkenheid bij dood garagehouder in Den Haag in 1992
De rechtbank Den Haag heeft een nu 71-jarige man vrijgesproken van betrokkenheid bij de dood van een 64-jarige garagehouder in Den Haag. Het slachtoffer werd op 28 januari 1992 aangetroffen in zijn garage met zes schotwonden in zijn lichaam. De rechtbank oordeelt dat hoewel de verdachte een hoogoplopend conflict met het slachtoffer had, niet kan worden vastgesteld wie het slachtoffer heeft gedood of dat er bewust is samengewerkt.
Cold case
Het slachtoffer is op 28 januari 1992 in de middag levenloos aangetroffen in zijn garage. Uit onderzoek blijkt dat de schoten op zeer korte afstand zijn afgevuurd, dat er geen worsteling is geweest en dat de garage niet is doorzocht. Er zijn sterke aanwijzingen dat het slachtoffer een dag ervoor omstreeks 17.00 uur om het leven is gebracht. Maar het valt niet uit te sluiten dat dit op een later moment in de avond is gebeurd.
Naar aanleiding van de dood van het slachtoffer is in 1992 een opsporingsonderzoek gestart waarbij de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en zijn toen vijftienjarige zoon als verdachten werden aangemerkt. De strafzaken tegen zowel de verdachte als tegen zijn zoon werden medio 1992 geseponeerd wegens ‘onvoldoende aanwijzing1. Voorschrift hoe het Openbaar Ministerie zijn taak moet vervullen. Er is bijvoorbeeld een aanwijzing over de rol van een officier van justitie bij risicowedstrijden in het betaald voetbal. 2. Officieel bevel van de minister van Justitie aan het Openbaar Ministerie om een zaak op een bepaalde manier af te handelen. van schuld’. De zaak werd in 2019 op de cold case kalender geplaatst en naar aanleiding van een anonieme getuigenverklaring in 2022 werd in 2023 een nieuw strafrechtelijk onderzoek gestart naar de betrokkenheid van de verdachte bij de dood van het slachtoffer. Die anonieme getuigenverklaring houdt – kort gezegd – in dat de zoon in overleg met zijn vader het slachtoffer heeft doodgeschoten omdat het slachtoffer een relatie had met de vrouw van de verdachte. Tegen de zoon is geen nieuw strafrechtelijk onderzoek gestart, omdat het recht tot strafvordering – gelet op zijn leeftijd ten tijde van het feit – was vervallen door verjaring.
Het omvangrijke dossier in deze zaak kenmerkt zich door weinig forensische informatie en zeer veel verklaringen van getuigen en getapte telefoongesprekken tussen getuigen onderling en getuigen en de verdachte. Veel van de getuigen in het dossier zijn familieleden van de verdachte die om hun moverende redenen geen volledige openheid van zaken lijken te hebben willen geven. Ook zijn er veel verklaringen van horen zeggen. Dat is de reden waarom de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. behoedzaam omgaat met deze verklaringen.
Conflict
Het staat vast dat de verdachte en het slachtoffer een conflict hadden dat in de maanden voor de dood van het slachtoffer hoog opliep. De verdachte voelde zich gekrenkt vanwege de contacten die het slachtoffer had met zijn vrouw. Uit het dossier blijkt dat de vrouw door de verdachte werd mishandeld en dat zij heeft geprobeerd afstand van hem te nemen. De verdachte heeft het slachtoffer meerdere keren bedreigd met de dood, onder meer door een vuurwapen te gebruiken. Kort voordat het slachtoffer is gedood, is het conflict verder geëscaleerd. De verdachte en getuigen hebben zeer wisselend verklaard over waar de verdachte zich bevond op 27 januari, met name omstreeks 17.00 uur. De verdachte heeft in ieder geval geen sluitend alibi.
Zoon
Ook staat vast dat de zoon van de verdachte op 27 januari om 17.00 uur een afspraak met het slachtoffer had in de garage. Die afspraak werd door de zoon gemaakt direct na een verhit telefoongesprek tussen de verdachte en slachtoffer. Dit is opmerkelijk, omdat de zoon wel vaker bij het slachtoffer langskwam in de garage en een afspraak helemaal niet nodig was. De rechtbank gaat ervan uit dat de ontmoeting te maken had met de hoogoplopende emoties van de verdachte tegenover het slachtoffer. Het dossier bevat aanwijzingen dat de zoon gebukt ging onder de conflicten tussen zijn ouders vanwege de contacten tussen zijn moeder en het slachtoffer. Uit een door de politie getapt telefoongesprek op 3 februari 1992 is een gesprek te horen tussen de verdachte en zijn vrouw over wie verantwoordelijk is voor de dood van het slachtoffer. Daaruit leest de rechtbank dat de verdachte heeft gezegd dat zijn zoon degene is geweest die het slachtoffer heeft gedood.
Conclusie rechtbank
De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer de schoten waarschijnlijk niet heeft zien aankomen en dat het handelen van de schutter er duidelijk op gericht was om het slachtoffer te doden. Dit zou goed kunnen passen bij de kwaadheid en de geuite voornemens van de verdachte. Er zijn geen aanknopingspunten dat het slachtoffer andere conflicten had. Het dossier bevat dan ook vrijwel uitsluitend sterke aanwijzingen voor strafrechtelijke betrokkenheid van de verdachte en zijn zoon. Tegelijkertijd kan de rechtbank op basis van het dossier niet vaststellen wie het slachtoffer heeft gedood. Evenmin kan worden vastgesteld dat zij, of één van hen, dat samen met nog een ander zouden hebben gedaan. Het dossier bevat immers niets over onderlinge afstemming of samenwerking die zou hebben plaatsgevonden. De rechtbank kan de mogelijkheid niet als onaannemelijk buiten beschouwing laten dat de zoon alleen, of zonder enige betrokkenheid van de verdachte, het slachtoffer heeft gedood, zoals de verdachte op 3 februari 1992 aan zijn vrouw heeft verteld in een getapt telefoongesprek. Gelet hierop moet de verdachte dan ook worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.