Den Haag|

Vijf jaar gevangenisstraf voor poging doodslag en verboden wapenbezit

De rechtbank in Den Haag heeft vandaag  een 35-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar voor poging tot doodslag en verboden wapenbezit. Verdachte is met een doorgeladen wapen de woning binnen gegaan en heeft bijna direct van dichtbij op het slachtoffer geschoten.

​Achtergrond

VerdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. is op 2 oktober 2018 naar het huis van zijn zus en zwager gegaan waar het slachtoffer tijdelijk woonde. Nadat verdachte de deur van het huis had geopend kwam het slachtoffer nietsvermoedend op het geluid bij de voordeur af. Het slachtoffer stond bovenaan de trap en hoorde verdachte zeggen “Waar is mijn vrouw, waar is mijn vrouw” en “ik maak je dood”. Verdachte schoot daarna van dichtbij op het slachtoffer, die daardoor werd geraakt in zijn linker schouder. Verdachte is enkele uren later aangehouden op de snelweg en in zijn auto is een vuurwapen gevonden. Op zijn handen zijn schotresten aangetroffen.

​Poging doodslag

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. kan op grond van het dossier niet vaststellen dat verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld. Wel is sprake van een poging tot doodslag, nu verdachte met een doorgeladen wapen de woning is binnen gegaan en bijna direct van dichtbij op het slachtoffer heeft geschoten.

​Lagere straf

De rechtbank legt een lagere straf op dan de 8 jaar gevangenisstraf die door de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. was geëist. Naar het oordeel van de rechtbank is die eis hoger dan de straf die doorgaans in vergelijkbare zaken wordt opgelegd.