Vijf veroordelingen na begaan strafbare feiten tijdens protesten Extinction Rebellion

Den Haag|
De rechtbank Den Haag heeft vijf verdachten (67, 45, 45, 32 en 27 jaar oud) veroordeeld voor de strafbare feiten die ze hebben begaan tijdens protesten van Extinction Rebellion. Op verschillende momenten hebben de verdachten muren langs de A12 beschadigd door daar teksten op te spuiten. De 27-jarige verdachte heeft daarnaast de ramen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat beschadigd door deze met roze verf te bekladden, de 32-jarige verdachte heeft een deur van de Technische Universiteit in Delft beschadigd en de 45-jarige verdachte heeft de A12 op twee momenten versperd. Aan de verdachten zijn taakstraffen opgelegd variërend van 10 tot 25 uur. Aan de 45-jarige verdachte is daarnaast twee keer een geldboete van 500 euro opgelegd.

De zaken

In de zaken tegen de vijf verdachten heeft de verdediging betoogd dat de verdachten voor bijna alle feiten moeten worden ontslagen van rechtsvervolging. Volgens de verdediging is gebruik gemaakt van het demonstratierecht dat wordt beschermd door artikelen 10 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Door de verdachten te berechten en te bestraffen, zou volgens de verdediging op een ongeoorloofde manier inbreuk worden gemaakt op dit demonstratierecht.

Oordeel Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt.

De rechtbank stelt voorop dat de genoemde artikelen in het EVRM gaan over fundamentele rechten in een democratische samenleving en betrekking hebben op uiteenlopende vormen van protesten. De verschillende demonstraties waar de verdachten aan deelnamen, waren allemaal vreedzaam: er waren geen gewelddadige intenties en er werd niet tot gewelddadigheden aangezet. In beginsel is de vrijheid van de demonstranten daarom beschermd door het EVRM. Wel kan die vrijheid onder bepaalde voorwaarden worden beperkt, zelfs bij vreedzame demonstraties.

Bij de beoordeling van de zaken tegen de verdachten volgt de rechtbank de lijn van de Hoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast., die in verschillende uitspraken, aan de hand van de Geheel van uitspraken van rechters. De jurisprudentie vormt een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen. van het EHRM, heeft geoordeeld over de eisen waaraan de beperkingen moeten voldoen en bij welk gedrag van een verdachte de bescherming van artikelen 10 en 11 EVRM niet meer opgaat.     

Beslissingen

De rechtbank heeft een grens getrokken. Bij sommige feiten vindt de rechtbank dat de verdachten te ver zijn gegaan. Ze hebben zich laakbaar gedragen waardoor een dwingende maatschappelijke noodzaak bestond om hiertegen op te treden. Dat optreden is niet dermate ingrijpend geweest dat dit ontoelaatbaar was. Daarvan was sprake bij de feiten waarbij schade is aangericht en gevaar is veroorzaakt, in dit geval het beschadigen van muren langs de A12 (op 14 februari 2023, 20 juni 2023 en 26 maart 20240), het beschadigen van de ramen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (op 8 april 2024) en het versperren van de A12 (op 11 januari 2025 en 5 april 2025). Het De verdediging tegen vorderingen van de eiser of tegen de verzoeken van de verzoeker in een gerechtelijke procedure. dat de verdachten zouden moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging is in die zaken verworpen.   

Een verdergaand strafrechtelijk optreden was niet geboden bij het verstoren van de raadsvergadering Westland (op 13 december 2025) waarvoor de 27-jarige Iemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. terechtstond en bij de lock-on op de A12 (op 14 september 2024) waarvoor de 32-, 45- en 67-jarige verdachten terechtstonden. Het verweer dat de verdachten zouden moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging heeft in deze zaken doel getroffen.  

Alles afwegende komt de rechtbank tot de volgende straffen. Aan de 45-jarige verdachte is voor het twee keer spuiten van krijtspray op de wanden van de A12 een Werkstraf van 25 uur opgelegd en twee keer een geldboete van 500 euro voor het veroorzaken van gevaar en hinder op de weg. De 32-jarige verdachte is veroordeeld voor het spuiten van krijtspray op de wanden van de A12 en het beschadigen van een deur van de Technische Universiteit tot een taakstraf van 25 uur. Aan de 45-jarige verdachte en de 27-jarige verdachte is een taakstraf van 20 uur opgelegd. En aan de 67-jarige verdachte is een taakstraf van 10 uur opgelegd.