Voor Waarheid en NVKP niet-ontvankelijk in vordering tegen Staat en leden Gezondheidsraad
Tijdelijke commissie
De Gezondheidsraad is een adviescollege dat volgens de Gezondheidswet de ministers en de Eerste en Tweede KamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. moet adviseren over vraagstukken op het gebied van onder andere volksgezondheid. De raad stelde in december 2020 een tijdelijke commissie in om adviesvragen van de minister over COVID-19 te beantwoorden. Op verzoek van de minister heeft deze commissie vervolgens adviezen uitgebracht en daarbij de minister positief geadviseerd over de opname van de coronavaccins in een publiek vaccinatieprogramma en over de wijze waarop de coronavaccins in dat verband worden ingezet.
Voor Waarheid en NVKP vinden dat de Staat en de commissieleden onrechtmatig hebben gehandeld. Ze willen dat de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. dit voor recht verklaart. Voor Waarheid en NVKP hebben een collectieve vordering ingesteld en zij komen daarmee in deze procedure niet zozeer op voor hun eigen belang, maar voor de belangen van anderen. Dat kan alleen als aan een aantal voorwaarden is voldaan en daarover moet worden beslist voordat de zaak inhoudelijk wordt behandeld.
Oordeel rechtbank
De rechtbank oordeelt dat de vordering van Voor Waarheid en NVKP niet voldoende concreet is. Uit de dagvaardingOproep om voor de rechter te verschijnen. en de toelichting van Voor Waarheid en NVKP blijkt dat het gaat om de adviezen die de tijdelijke commissie heeft uitgebracht over kort gezegd coronavaccinatie, maar in de vordering is niet concreet gemaakt over welk onrechtmatig handelen of nalaten de uitspraak wordt gevraagd. De rechtbank kan dat niet zelf invullen. Bovendien is niet duidelijk wat Voor Waarheid en NVKP precies met de ingestelde vordering willen bereiken en dat dit strookt met de belangen die zij volgens hun statuten behartigen. Voor een collectieve actie is dat vereist. Daarom verklaart de rechtbank de vordering niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen..