Vrijspraak vernieling graven begraafplaats Westduin, wel schuldig aan diefstal met braak

Vernielingen en diefstallen begraafplaats
Op 21 februari 2025 rond 20.00 uur kreeg de politie een melding dat er op de begraafplaats breekgeluiden waren gehoord. Op dat moment was de ingang van de begraafplaats al afgesloten voor de nacht. Toen agenten de begraafplaats betraden, zagen ze dat meerdere urnen en grafstenen waren vernield. Achteraf bleek dat er ook sprake was van diefstal. Achterin de begraafplaats troffen de agenten een van takken gemaakte overgang over een sloot aan waardoor het mogelijk was om via een verbogen opening in het hekwerk op de begraafplaats te komen. Bij deze overgang vonden de agenten een vest en een schoon parfumflesje. Gezien de weersomstandigheden kunnen deze volgens de politie er niet langer dan een dag hebben gelegen. Op het vest is een DNA-mengprofiel aangetroffen dat te herleiden is naar de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld.. De verdachte heeft verklaard dat hij degene is geweest die het parfumflesje heeft neergelegd.
De zus van de verdachte heeft op verschillende momenten met de politie gesproken waarbij ze onder meer heeft verteld dat als de verdachte tegenslagen ervaart, hij eropuit gaat en dat onder andere auto's of begraafplaatsen het dan moeten ontgelden. De verdachte zelf heeft ontkend de graven te hebben vernield. Hij verklaarde dat hij, na zijn vrijlating uit detentie in januari 2025, geen woonruimte had en vaak verbleef op de begraafplaats en in het nabijgelegen vakantiepark Roompot Kijkduin en daar ook naar een slaapplek zocht. Dat is volgens hem ook de reden dat er spullen van hem op de begraafplaats zijn blijven liggen. De verdachte is op 2 maart 2025 daadwerkelijk slapend aangetroffen in de omgeving van de begraafplaats.
VrijspraakBeslissing van de rechter als hij het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. stelt vast dat er spullen van de verdachte zijn aangetroffen op de begraafplaats en dat deze spullen daar volgens de politie niet langer dan een dag hebben gelegen. Verder was de telefoon van de verdachte enkele uren voor en nadat de vernielingen werden gepleegd, binnen het bereik van de zendmasten waarbinnen ook de begraafplaats valt. Dit alles wijst op een mogelijke betrokkenheid van de verdachte bij de vernielingen. Dit maakt echter nog niet dat zijn betrokkenheid wettig en overtuigend is bewezen. Het staat immers niet vast dat de verdachte degene is geweest die de vernielingen daadwerkelijk heeft gepleegd. De verklaringen van zijn zus maken dat niet anders, aangezien dit weinig concrete uitlatingen zijn waarin details ontbreken.
Veroordeling tweemaal diefstal met braak
De rechtbank oordeelt dat de verdachte wel schuldig is aan het tweemaal plegen van diefstal met braak in twee vakantiehuisjes op het vakantiepark. De verdachte was aanwezig bij de vakantiehuisjes op 5 maart 2025, had op dat moment gestolen spullen bij zich en er was braakschade aan beide vakantiehuisjes. Eén van de woningen werd in complete chaos achtergelaten. De verdachte heeft met zijn handelen geen enkel respect getoond voor het eigendomsrecht van anderen en heeft de eigenaren van de vakantiehuisjes overlast en schade toegebracht.
Uit rapportages van deskundigen blijkt dat er bij de verdachte sprake is van problematiek op diverse leefgebieden. De kans op herhaling wordt hoog ingeschat. Het is zorgelijk dat de verdachte na zijn detentie in 2025 al driemaal in beeld is gekomen bij justitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht.. ReclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. plaatst duidelijke kanttekeningen bij de haalbaarheid van hulpverlening. De rechtbank ziet mede daardoor geen aanleiding om een deels voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. op te leggen. Alles afwegende vindt de rechtbank een onvoorwaardelijke celstraf van 8 maanden passend en geboden.