Vrijspraak voor Rotterdamse agent: geen meineed

Wat is er gebeurd
Op 19 juni 2020 vond een preventief fouilleren actie plaats in het Veiligheidsrisicogebied Rotterdam-Feijenoord. Tijdens deze actie werd een groep personen die voor een autogaragebedrijf aan de Persoonshaven stond preventief gefouilleerd. Nadat een politieagent meedeelde dat zij verplicht waren mee te werken, rende één van de mannen de garage in. De agent is deze man gevolgd en heeft hem uiteindelijk aangehouden omdat hij niet wilde meewerken aan een bevel. Bij de aanhouding heeft de agent de man een kopstoot gegeven. Camerabeelden hiervan zijn kort na 19 juni 2020 op een social-media platform getoond.
Het proces-verbaal van de agent
Over de aanhouding heeft de agent, samen met een collega, een proces-verbaal1. Schriftelijk verslag van hetgeen op rechtszittingen aan de orde is gekomen; 2. Officieel schriftelijk verslag van politieambtenaren met feiten die ze hebben waargenomen en met een verklaring die ze hebben opgetekend uit de mond van een verdachte of getuige. op ambtseed opgemaakt, waarin is beschreven hoe de man zich zou hebben verzet bij zijn aanhouding. Deze man is daarvoor later strafrechtelijk vervolgd. De rechtbank komt tot de conclusie dat twee passages uit het proces-verbaal niet overeenkomen met wat er tijdens de aanhouding daadwerkelijk is gebeurd. De rechtbank vindt het opvallend dat deze passages net zouden hebben plaatsgevonden voordat de agent de man de kopstoot geeft. Dat dit een vermoeden opwekt dat hij hiermee zijn geweldshandeling heeft willen verantwoorden, is dan ook voorstelbaar.
Contra-indicaties dat sprake was van opzet
Hieruit kan echter niet zonder meer worden afgeleid dat sprake is van meineedValse eed. Getuigen die opzettelijk niet de waarheid spreken bij de rechter, maken zich schuldig aan meineed.. Daarvoor is vereist dat de agent tijdens het opstellen van het proces-verbaal de opzet had op het afleggen van een onjuiste verklaring. Uit het dossier komen contra-indicaties naar voren dat de agent met opzet deze passages onjuist heeft opgeschreven.
Onjuiste beleving
De agent heeft tijdens de zitting verklaard dat hij het proces-verbaal naar eer en geweten heeft opgesteld en dat hij hierin heeft vermeld wat in zijn beleving heeft plaatsgevonden. Deze (achteraf onjuiste) beleving zou tot stand zijn gekomen door onder meer de agressieve sfeer tijdens en voorafgaand aan de aanhouding van de man, angst- en dreigingsgevoelens, de aanwezigheid van onervaren collega’s waardoor het aan de agent was om actief op te treden, zijn verantwoordelijkheidsgevoel ten aanzien van deze collega’s en eerdere negatieve ervaringen tijdens aanhoudingen waarbij geweld tegen de agent was toegepast.
In de verschillende verklaringen die de agent heeft afgelegd heeft hij steeds consistent verteld hoe hij de situatie in en rondom het garagebedrijf heeft beleefd. Het door de agent ervaren verantwoordelijkheidsgevoel wordt bevestigd door de camerabeelden waaruit blijkt dat hij bij de aanhouding het voortouw nam. Over de dreigende sfeer is door de andere aanwezige agenten ook verklaard.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. betrekt bij haar oordeel een rapport van twee rechtspsychologen. Deze deskundigen stellen dat zij het waarschijnlijker vinden dat de fouten in het proces-verbaal het gevolg waren van een geheugenfout van de agent dan het gevolg van een leugen. De fouten kunnen ook te goeder trouw zijn gemaakt.
Oordeel rechtbank
De rechtbank oordeelt dat rekening moet worden gehouden met factoren die voor en tijdens de aanhouding van de man speelden die de waarneming en herinnering van de agent kunnen hebben beïnvloed. Ook hebben zijn eerdere ervaringen met aanhoudingen waarbij geweld tegen hem is toegepast mogelijk een rol gespeeld.
Er zijn onvoldoende concrete aanwijzingen dat de agent willens en wetens onjuist heeft verklaard in zijn proces-verbaal. De rechtbank verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat hij het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt hem integraal vrij.