Gevangenisstraf voor brandstichting in parkeergarage in Den Haag
Werkwijze
Uit camerabeelden en de verklaring van de 15-jarige jongen blijkt dat de mannen bij benzinestation BP De Boogaard twee flessen aanmaakvloeistof, een jerrycan met vijf liter benzine en aanmaakblokjes hebben gekocht. Hierna zijn ze met zijn drieën naar de naar de parkeergarage gereden waar de 15-jarige en een van de 19-jarige mannen zijn uitgestapt. In de parkeergarage hebben ze een auto met 5 liter benzine overgoten en daarna in brand gestoken. Hierna zijn ze terug gerend naar de auto waarin de andere 19-jarige op hen wachtte. Vervolgens zijn ze met gedoofde lichten weggereden.
Ernst van het feit
Door de brandstichting hebben de mannen een levensgevaarlijke situatie veroorzaakt. De brand breidde zich al snel uit. Vanwege de hoge vlammen en rookontwikkeling moesten 36 boven de garage gelegen woningen worden ontruimd. Er is enorme schade aangericht aan zowel de voertuigen in de garage als het gebouwencomplex zelf. Daarnaast was deze brand bijzonder beangstigend voor de bewoners. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. neemt het de mannen ook kwalijk dat zij een 15-jarige jongen bij de brandstichting hebben betrokken.
Schadevergoedingen deels toegewezen
Vijf personen vroegen om schadevergoeding. Twee vorderingen zijn toegewezen. De andere drie zijn niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard omdat er onvoldoende informatie was overgelegd.