Na drie jaar als Kamerlid heb ik geleerd dat de verhouding tussen politiek en rechtspraak niet altijd eenvoudig is. Het waarborgen van onze democratische rechtstaat betekent in essentie het bewaken van een kwetsbaar evenwicht. Enerzijds moet de bevolking de mogelijkheid hebben om de samenleving wet- en regelgeving op te leggen via een democratische volksvertegenwoordiging. Anderzijds moet de rechtspraak tegenwicht kunnen bieden om individuele vrijheden, rechtszekerheid en de betrouwbaarheid van overheidshandelen te garanderen. De balans tussen deze belangen is precair, omdat de wetgevende macht zichzelf graag een zo groot mogelijke handelingsvrijheid geeft en daarmee het tegenwicht van de rechterlijke macht inperkt. De nauwe relatie tussen de wetgevende en de uitvoerende macht, die als gevolg van de politieke versnippering waarschijnlijk alleen maar inniger gaat worden, maakt de noodzaak van een sterke rechterlijke macht alleen maar groter.