Zutphen|

18 maanden cel voor poging doodslag bezorger

De rechtbank veroordeelt een 32-jarige Nijmegenaar tot 18 maanden gevangenisstraf voor poging doodslag. Hij stak in zijn woonplaats een bezorger neer.

Een bezorger van Deliveroo kwam op 21 april 2021 terug van een bezorging en parkeerde zijn scooter voor een restaurant in Nijmegen. Daar kreeg ruzie met een bezorger die met zijn scooter op dezelfde plek stond. De man maakte met een mes in zijn hand een slaande beweging richting het hoofd van de bezorger. Het mes bleef in de helm steken en de bezorger raakte uiteindelijk niet gewond.

Poging doodslag

Het mes ging 3 centimeter diep de helm in. De helm was iets meer dan 4 centimeter dik. Er was een grote kans dat de man met zijn mes het hoofd van het slachtoffer zou raken. Omdat het hoofd zeer kwetsbaar is, ontstaat er de mogelijkheid dat de man hierdoor zo ernstig gewond zou kunnen raken dat hij hierdoor kan overlijden. Dat de bezorger een helm droeg maakt dit niet anders, omdat een helm niet bedoeld of geschikt is om messteken af te weren. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt dit zeer ernstig.

Advies reclassering

De man ontkende tijdens de zitting dat hij het slachtoffer met een mes stak. De reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. ziet mede daarom geen mogelijkheid om met toezicht en interventies het gedrag van de man te veranderen. Daarom adviseert de reclassering om geen bijzondere voorwaarden op te leggen. De rechtbank neemt dit advies over. Alles overwegend vindt de rechtbank het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.

​Schadevergoeding

Het slachtoffer diende een schadevergoeding van 1.000 euro in. Volgens de rechtbank is niet vastgesteld dat het slachtoffer de voor vergoeding in aanmerking komende schade heeft geleden. Dit moet onderbouwd worden. De rechtbank verklaart het slachtoffer daarom niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen.. De man kan de vordering aanbrengen bij de burgerlijke rechter.