Verdachte zaak Anne Faber moet overgebleven 4 jaar gevangenisstraf uitzitten
Voorwaardelijke invrijheidsstelling
Normaal gesproken hebben veroordeelden het recht om na twee derde van hun straf voorwaardelijk in vrijheid te worden gesteld. Toch kan de Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt., op vordering van de Een officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is., beslissen deze voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege te laten. Dit kan onder meer als de veroordeelde zich - terwijl hij zijn straf nog uitzit - ernstig misdraagt. Van zo’n ernstige misdraging kan sprake zijn als er een stevige verdenking bestaat, dat noemt de rechtbank ‘ernstige bezwaren’, dat de veroordeelde een nieuw misdrijf heeft gepleegd.
Ernstige bezwaren

De rechtbank vindt dat in dit geval ernstige bezwaren aanwezig zijn voor de nieuwe strafbare feiten, waarvan de man uit Zeewolde wordt verdacht. Het gaat hierbij om strafbare feiten die hebben geleid tot de dood van Anne Faber. De man heeft in zijn verhoren bij de politie hierover een uitgebreide verklaring afgelegd. Het zijn zeer ernstige feiten. Eén van de feiten waarvan de man nu wordt verdacht is verkrachting. Onder andere voor dit feit zit hij momenteel zijn straf uit. Volgens de rechtbank rechtvaardigen al deze omstandigheden de 1. Uitvoering van een arrest of uitspraak, desnoods met behulp van een deurwaarder; 2. In het strafprocesrecht: de omzetting van een voorwaardelijke straf in een onvoorwaardelijke straf. van de volledige overgebleven 4 jaar gevangenisstraf.
Meer informatie: De zaak Anne Faber