Kantonrechter verwerpt aanspraak op evenredigheidsbeginsel in bezwaar verkeersboetes

Nijmegen|
Twee personen zijn in bezwaar gegaan tegen een verkeersboete. Een argument in deze zaken was een evenredigheidstoetsing over de verhoging van de verkeersboetes uit 2024. De kantonrechter verwerpt dit verweer. De rechter oordeelt, dat dit uiteindelijk een politieke beslissing is waarop de Tweede Kamer toezicht houdt en kan ingrijpen.

De bezwaarmakers in twee zogenoemde Mulderzaken- U verlaat Rechtspraak.nl vinden dat de algemene verhoging van de Wahv*-boetebedragen in 2024 onrechtmatig was en dat de betreffende Algemene Een maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer. van Bestuur onverbindend is wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel. Hierbij verwezen de bezwaarmakers naar een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland.- U verlaat Rechtspraak.nl

*Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Geen taak voor de rechter

In deze twee Gelderse uitspraken heeft de De kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. begrip voor de argumenten van de bezwaarmakers en zijn Utrechtse collega. De verkeersboetes in de ‘Mulderzaken’ lopen steeds meer uit de pas met boetes voor andere verkeersovertredingen en ook met boetes voor gewone overtredingen en misdrijven. Maar volgens de kantonrechter is het niet aan de rechter om de juistheid en evenredigheid van de hoogte van de verkeersboetes in zijn algemeenheid te beoordelen.

Gevolgen voor deze zaken

In één zaak kreeg iemand een boete, omdat hij tijdens het rijden een mobiele telefoon  in zijn hand vasthield. In de andere zaak kreeg iemand een verkeersboete, omdat hij in Nijmegen een weg was ingereden die hij niet mocht inrijden. De kantonrechter oordeelt dat in beide zaken de boetes volgens het geldende ‘tarief’ in stand blijven.

Verhoging verkeersboetes in 2024 en 2025

Bij Wahv-zaken worden lichte verkeersovertredingen bestraft met vaste boetebedragen. Deze verkeersboetes zijn de afgelopen jaren telkens aanzienlijk verhoogd. Voor een deel als inflatiecorrectie, maar ook voor een deel om de in het regeerakkoord opgelegde bezuinigingen te Verrekening van de proceskosten.. Om de begroting van het ministerie sluitend te maken dus. In 2024 zijn de boetes met 10 procent verhoogd en in 2025 geldt een verhoging met het inflatiecijfer van 3,2 procent.

Op 30 juli 2026 oordeelde de kantonrechter in Utrecht over het verhogen van de verkeersboetes.- U verlaat Rechtspraak.nl Volgens de Utrechtse kantonrechter zijn de boetes immers bedoeld om veilig rijgedrag af te dwingen en te zorgen dat mensen zich aan de verkeersregels houden. Het besluit van de minister destijds om de boetes te verhoging is daarom volgens de Utrechtse kantonrechter ongeldig. Andere kantonrechters in Utrecht oordeelden anders.

Verschillende beslissingen

Kantonrechters oordelen verschillend, deze uitspraken zijn terug te lezen via onderstaande links.